Blijvende bron van zorg: belangenverstrengeling

In een opmerkelijk redactioneel commentaar is de redactie van het American Journal of Psychiatry ingegaan op de betekenis van belangenverstrengeling tussen artsen en de farmaceutische industrie.1 In de voorafgaande maanden waren diverse voorbeelden in het nieuws gekomen waarin psychiaters een zeer negatieve rol speelden. Deze gevallen waren zo ernstig dat zij de geloofwaardigheid van alle psychiaters zouden kunnen schaden. Het gaat hier vooral om het gedrag van medische opinieleiders die grote geldbedragen hadden aangenomen van de industrie. Ook de verantwoordelijkheid van individuele artsen om de hoogste kwaliteit van zorg te leveren volgens het 'evidence based medicine'-principe is in het geding.

'Conflicts of interest' ontstaan als belangen, die eens samenvielen, uiteen gaan lopen. Met de komst van de eerste psychofarmaca, zoals imipramine, chloorpromazine en diazepam, zo stelt de redactie, kwamen middelen met een niet eerder vertoonde therapeutische werkzaamheid ter beschikking in de psychiatrie. Via scholingsprogramma’s, adviesraden en medische opinieleiders werden clinici geïnformeerd over het juiste gebruik van deze voor hen volstrekt nieuwe groepen geneesmiddelen. Naarmate de psychofarmacologie zich verder ontwikkelde, werd het geven van voorlichting gereduceerd tot zorgvuldig geregisseerde marketingcampagnes voor specifieke geneesmiddelen. Deze middelen, zogenoemde 'me too’s', verschillen echter slechts marginaal van elkaar. 

De ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is volledig afhankelijk van de farmaceutische industrie. De nieuwe psychofarmaca hebben een positieve invloed gehad op de acceptatie van (medicamenteuze) psychiatrische behandelingen door patiënten. Sommige fabrikanten hebben echter belangrijke informatie over het veilige gebruik van geneesmiddelen verzwegen. De vraag is dus hoe clinici niet-vertekende en actuele informatie over recent geregistreerde geneesmiddelen kunnen krijgen. Het American Journal of Psychiatry publiceert door de industrie gefinancierd onderzoek, maar hanteert een onafhankelijk systeem van 'peer review'. Er is een scheiding aangebracht tussen de advertentieafdeling en de redactie, waardoor redactionele beslissingen niet worden beïnvloed door beslissingen over het al dan niet plaatsen van een advertentie. Het opnemen van advertenties in het tijdschrift lijkt daarbij steeds minder in overeenstemming met de wens om niet-vertekende informatie aan te bieden. De industrie richt zich overigens steeds meer op 'direct-to-consumer-advertisements'.

Als een individuele psychiater zich misdraagt leidt dat tot media-aandacht en soms tot vragen in het Congres, maar het is vooral slecht voor de beroepsgroep en voor de patiënten. Patiëntenzorg is afhankelijk van de publieke perceptie van de integriteit van het artsenberoep. Daarom heeft elke arts een persoonlijke en professionele rol inzake belangenverstrengeling. Door te accepteren dat de industrie nascholing verzorgt en betaalt, ondersteunen artsen de marketingcontext waarin ook betalingen aan individuele psychiaters plaatsvinden.

Het commentaar van de redactie sluit af met de vaststelling dat iedere arts zijn of haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen om belangenverstrengeling te beperken en daarmee de integriteit van het veld te behouden.



  1. Freedman R, et al. Conflict of interest - An issue for every psychiatrist. Am J Psychiatry 2009; 166: 274-276.

Auteurs

  • dr D. Bijl