In het kort Artikel

Benzodiazepinegebruik in Nederland


Na de opioïdencrisis, lijkt er in de Verenigde Staten een probleem te ontstaan met het oneigenlijke gebruik van benzodiazepines. Het gebruik in Nederland wordt al tientallen jaren ontmoedigd, onder meer door heldere richtlijnen gericht op beperkte inzet en kortdurend gebruik en beperkingen in de vergoeding. De laatste jaren daalt het gebruik van de op recept voorgeschreven benzodiazepines. Het deel daarvan dat voor vergoeding in aanmerking komt laat een kleine stijging zien. De huidige cijfers geven geen aanleiding om te verwachten dat er op korte termijn in Nederland sprake zal zijn van een problematische toename in het gebruik van benzodiazepines.

  • De afgelopen jaren daalt het gebruik van op recept voorgeschreven benzodiazepines met ongeveer 2% per jaar.
  • Er is op dit moment geen aanleiding om aan te nemen dat het gebruik van benzodiazepines in Nederland zal toenemen, maar aandacht voor beperken en afbouwen van het gebruik blijft nodig. 
  • Beperkingen in de vergoeding en goede naleving van de richtlijnen rondom benzodiazepinegebruik in de eerste lijn lijken effectief. 

In 2017 publiceerden Ge-Bu en Medisch Contact over een oproep van de ‘Surgeon General ’ aan alle artsen in de Verenigde Staten (VS) om actie te ondernemen om de opioïdencrisis te stoppen.1,2 Inmiddels is ook in Nederland het besef doorgedrongen dat het gebruik van opioïden en met name oxycodon tot gezondheidsschade kan leiden, en meer actie noodzakelijk is.3

In januari 2019 onderzocht een groep specialisten uit Boston of er in de VS ook sprake was van problematisch gebruik van benzodiazepines, mogelijk onopgemerkt door de aandacht voor de opioïden.4 Zij zagen onder volwassenen een toenemend aantal aan benzodiazepinegebruik gerelateerde afspraken bij zorgverleners.

Eerdere maatregelen in Nederland

In Nederland zijn in de loop der jaren verschillende maatregelen genomen om het benzodiazepinegebruik te verminderen, waaronder beperking van de vergoeding.5 Het aantal gebruikers van, al dan niet voor vergoeding in aanmerking komende, benzodiazepines vertoont vanaf die tijd een lichte afname van ongeveer 2% per jaar.6 Ook het aantal verstrekte standaard dagdoseringen is afgelopen jaren gedaald (in 2017 was de daling 2%).7

Problemen bij overmatig gebruik

Onder meer in de Nederlandse huisartsenrichtlijn wordt geadviseerd langdurig gebruik te beperken. Een belangrijke bijwerking die bij het gebruik van benzodiazepines kan ontstaan is bijvoorbeeld sedatie overdag, met bijkomend probleem dat het reactievermogen wordt beïnvloed. Dit verhoogt met name bij ouderen de kans op valincidenten. Een tweede probleem is het ontstaan van fysische en/of psychische afhankelijkheid (bij een combinatie is sprake van verslaving). De kans hierop neemt toe bij een langere behandelingsduur.8


In een Amerikaanse observationele studie concludeerden de onderzoekers dat het aantal controleafspraken in verband met het gebruik van benzodiazepines in de periode tussen 2003 en 2015 was verdubbeld.4 Dit onderzoek werd opgezet omdat er in eerder onderzoek van 1999 tot 2013 een toename was geconstateerd van het aantal patiënten dat stierf aan een overdosis van onder meer een benzodiazepine, van 0,6 naar 3,1 per 100.000 inwoners van de VS.9

De tweede studie was een dwarsdoorsnedeonderzoek (http://www.minerva-ebm.be/Results/Glossary/1339) en maakte gebruik van de resultaten van de ‘National Ambulatory Medical Care Survey’ (NAMCS), waarin jaarlijks een steekproef wordt genomen van alle bezoeken binnen de algemene ambulante zorg.4 Uitkomstmaat was het aantal controleafspraken in verband met een benzodiazepinevoorschrift (genoteerd in de medische status) ten opzichte van de totale hoeveelheid controles in de eerstelijnsgezondheidszorg en bij medische specialisten. 

Verdubbeling aantal afspraken in de VS

Uit de resultaten van het dwarsdoorsnedeonderzoek bleek dat het geschatte totale aantal afspraken in verband met benzodiazepinegebruik bijna verdubbelde, van 3,8% in 2003 (95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 3,2 tot 4,4) naar 7,4% (95%BI 6,4 tot 8,6) in 2015.4 Dit was vooral in de groep patiënten ouder dan 65 jaar. In het onderzoek werd gebruik gemaakt van een steekproef van 20.884 afspraken (919 gerelateerd aan benzodiazepinegebruik) in 2003 en 24.273 afspraken (1.672 gerelateerd aan benzodiazepinegebruik) in 2015, uit respectievelijk in totaal 737 miljoen en 841 miljoen afspraken.

Ongeveer 50% van de afspraken werd uitgevoerd door huisartsen. Het aantal benzodiazepinegerelateerde afspraken steeg tussen 2003 en 2015 bij alle voorschrijvers, met uitzondering van de psychiaters. Een stijging van het aantal bezoeken was vooral toe te schrijven aan patiënten met acute rugpijn en chronische pijn, en patiënten die om andere redenen dan gebruikelijk een benzodiazepine kregen voorgeschreven.

Het aantal bezoeken waarbij naast een benzodiazepine ook een ander sedativum werd voorgeschreven, verdubbelde in de periode van 2003 tot en met 2015. Het aantal bezoeken waarbij ook opioïden werden voorgeschreven, verviervoudigde in dezelfde periode.

De onderzoekers gaven een aantal beperkingen van de studie aan. Er waren geen gegevens over dosis, dosisfrequentie, herhalingsrecepten en duur van het voorschrijven, en de reden van voorschrijven was niet altijd goed te achterhalen. De uitkomstmaat van het onderzoek was het aantal controlebezoeken en niet het aantal patiënten.4 In deze cijfers kunnen ook afspraken zijn meegenomen die gingen over afbouwen van het benzodiazepinegebruik.


Cijfers over het gebruik in Nederland laten een heel ander beeld zien. Deze cijfers zijn niet direct te vergelijken met de cijfers uit de VS, omdat in het Amerikaanse onderzoek het aantal bezoeken werd geteld en niet het aantal recepten of gebruikers. De trend is in Nederland echter duidelijk anders, omdat het gebruik hier niet sterk stijgt. Hieronder staan de gegevens van drie verschillende organisaties, namelijk Zorginstituut Nederland, Stichting Farmaceutische Kengetallen en het Trimbos-instituut. Zorginstituut Nederland verzamelt gebruikscijfers van geneesmiddelen, gebaseerd op de declaratiegegevens voor de extramurale farmaceutische zorg. Dit zijn gegevens over geneesmiddelen die voor vergoeding in aanmerking komen in het kader van de zorgverzekeringswet (basisverzekering). Stichting Farmaceutische Kengetallen verzamelt gebruikscijfers van alle geneesmiddelen die in de apotheek worden verstrekt (dus ook degene die buiten de vergoeding vallen). Het Trimbos-instituut verzamelt gegevens over onder meer het gebruik van verdovende middelen. Meer informatie over deze drie organisaties is terug te vinden in de Achtergrondinformatie. 

Gebruik van voor vergoeding in aanmerking komende benzodiazepines

Vanaf 1 januari 2009 staan de benzodiazepines op bijlage 2 van de regeling zorgverzekering. Dit betekent dat er voorwaarden zijn gesteld aan de vergoeding van deze geneesmiddelen. Benzodiazepines worden alleen vergoed bij:
- epilepsie (onderhoudsbehandeling en behandeling van een insult)
- angststoornissen waarbij gebruik van twee verschillende antidepressiva volgens de geldende richtlijnen hebben gefaald
- meervoudige psychiatrische problematiek
- palliatieve sedatie bij terminale zorg

Voor diazepam geldt daarnaast dat het ook vergoed wordt bij niet-ambulante patiënten met therapieresistente spierspasmen door neurologische aandoeningen.5

Aantal gebruikers

Uit de cijfers van Zorginstituut Nederland is op te maken dat het gebruik van benzodiazepines, uitgesplitst naar slaapmiddelen en kalmeringsmiddelen, vanaf 2014 tot en met 2019 licht is gestegen. Het aantal gebruikers van kalmeringsmiddelen steeg van 16,3 naar 17,3 per 1.000 inwoners per jaar, het aantal gebruikers van slaapmiddelen van 9,1 naar 10,7 per 1.000 inwoners. Ter vergelijking, het aantal gebruikers van oxycodon verdubbelde in deze periode van 13,7 naar 24,2 per 1.000 inwoners (figuur 1), ondanks een daling in het laatste jaar. In de GIP-databank van Zorginstituut Nederland zijn alleen cijfers opgenomen van geneesmiddelen die extramuraal door de huisarts of de specialist zijn voorgeschreven en die door de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet (basisverzekering) worden vergoed.10 

Figuur 1. Aantal benzodiazepine- en oxycodon-gebruikers per jaar per 1.000 inwoners van Nederland (2014-2019) 10

Omvang van het gebruik per persoon

Het totaal aantal voorgeschreven benzodiazepines dat voor vergoeding in aanmerking komt, uitgedrukt in aantal gestandaardiseerde dagdoseringen (defined daily dose ofwel DDD ) daalt vanaf 2014. Wanneer wordt gekeken naar het aantal DDD per gebruiker per jaar blijkt dat benzodiazepines over het algemeen langer of in hogere doseringen worden gebruikt dan in de richtlijnen wordt aanbevolen (figuur 2).11,8,12,13,14 De richtlijnen gaan echter uit van kortdurend gebruik, terwijl uit het feit dat deze benzodiazepines worden vergoed, valt af te leiden dat een deel van deze patiënten deze middelen voor een chronische aandoening gebruikt. Omdat in de cijfers geen onderscheid wordt gemaakt naar indicatie, valt geen uitspraak te doen over de hoogte van het gebruik. Ook kan niet worden beoordeeld of deze voorschriften terecht voor vergoeding in aanmerking kwamen.

Patiënten gebruikten in de periode 2014 tot en met 2019 gemiddeld ongeveer 150 DDD’s per jaar aan kalmeringsmiddelen en deze hoeveelheid verandert nauwelijks. Het aantal DDD’s per persoon daalde voor de slaapmiddelen van 155 in 2014 naar 125 DDD’s per persoon in 2019. Dit betekent niet dat er helemaal geen probleem is, er zou een kleine groep patiënten kunnen zijn die steeds meer benzodiazepines gaat gebruiken. 

Ter vergelijking worden hier ook de cijfers van oxycodon weergegeven. Oxycodon wordt door meer mensen gebruikt (figuur 1), maar het aantal DDD’s per persoon is lager dan bij de benzodiazepines (figuur 2). Per gebruiker worden ongeveer 25 tot 30 DDD’s gebruikt, en dit neemt per jaar iets af.10 Dit lijkt in overeenstemming met de aanbeveling om oxycodon slechts kortdurend voor te schrijven en te gebruiken.15

Figuur 2. Gemiddeld aantal DDD/gebruiker van benzodiazepines en oxycodon per jaar (2014-2019) 10

Het totale gebruik van op recept verstrekte benzodiazepines

Uit de voorafgaande cijfers blijkt dat het aantal gebruikers van voor vergoeding in aanmerking komende benzodiazepines ongeveer 30 per 1.000 Nederlanders is. Als wordt gekeken naar het totaal aan benzodiazepines dat op recept is verstrekt, is het gebruik hoger, namelijk ongeveer 100 op de 1.000 Nederlanders. Hierbij zijn dus ook de verstrekkingen meegenomen waarbij de patiënt de benzodiazepines zelf moet betalen. Per benzodiazepinegebruiker werden in 2015 ongeveer 30 DDD’s per jaar gebruikt.7 Dit lijkt overeen te komen met het kortdurende gebruik dat in de diverse standaarden wordt aangeraden (zie Achtergrondinformatie).11,8,12,13,14 Uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen blijkt dat het gebruik van benzodiazepines vanaf 2009 is afgenomen. Het totaal aantal per jaar verstrekte DDD’s daalde met 15% van 213 miljoen in 2008 tot 181 miljoen in 2009, en nam verder af tot 161,5 miljoen DDD’s in 2017 (figuur 3). De bevolking is in diezelfde periode toegenomen (van 16,4 miljoen in 2008 naar 17,1 miljoen in 2017).7

Figuur 3. Hoeveelheid verstrekte benzodiazepines, al dan niet vergoed, in aantal DDD’s (x miljoen)

(Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen)

Gebruik zonder recept

Uit een tweejaarlijks onderzoek naar gebruik van verslavende middelen van het Trimbos-instituut (zie Achtergrondinformatie) blijkt dat in 2018 3,1% van de bevolking van 18 jaar en ouder (ook) zonder recept één of meerdere keren slaap- of kalmeringsmiddelen uit de benzodiazepinegroep gebruikte. Deze benzodiazepines zijn waarschijnlijk via familie of bekenden of via het illegale circuit verkregen.16

Overlijden door benzodiazepines

Er zijn geen exacte cijfers bekend over het aantal sterfgevallen dat is veroorzaakt door het gebruik van benzodiazepines. Het Trimbos-instituut geeft aan dat in 2018 in totaal ongeveer 30 personen zijn overleden door het gebruik van benzodiazepines.16 Het grootste deel van deze gevallen betrof zelfdoding. Het cijfer geeft echter alleen die gevallen waarbij benzodiazepinegebruik als primaire doodsoorzaak werd vastgesteld. Daarbij zijn bijvoorbeeld valincidenten of verkeersdoden door benzodiazepinegebruik niet meegenomen.


Gebruiksgegevens van geneesmiddelen

GIP-Databank

De databank van Zorginstituut Nederland is een open gegevensbestand waarin het extramurale gebruik van geneesmiddelen en hulpmiddelen is vastgelegd (www.gipdatabank.nl). GIP staat voor Genees- en hulpmiddelen Informatie Project. Dit gegevensbestand stelt het jaarlijkse gebruik vast van die middelen die door de zorgverzekeraar in het kader van de Zorgverzekeringswet (basisverzekering) zijn vergoed. De geneesmiddelcijfers zijn gebaseerd op de declaratiegegevens voor de farmaceutische zorg en zijn afkomstig van 24 zorgverzekeraars. Het gaat om extramurale voorschriften van huisartsen en medisch specialisten die zijn afgeleverd door openbare apotheken of apotheekhoudende huisartsen.

SFK

Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) verzamelt en analyseert gegevens over het extramurale geneesmiddelengebruik in Nederland (www.sfk.nl). De gegevens zijn afkomstig uit 97% van de openbare apotheken (15,3 miljoen personen). De databank bevat ook gegevens van geneesmiddelen die wel zijn afgeleverd maar niet worden vergoed vanuit de Zorgverzekeringswet. SFK publiceert periodiek over onderwerpen binnen de farmacie, zoals het jaarlijkse Data & Feiten. Aangesloten apotheken kunnen gebruiksgegevens opvragen bij SFK.

Trimbos-instituut

Het Trimbos-instituut is een kennisinstituut voor alcohol, tabak, drugs en mentale gezondheid (www.trimbos.nl). Het publiceert jaarlijks cijfers over middelengebruik in de National Drug Monitor in samenwerking met het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatiecentrum van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Regelmatig worden daar de resultaten van een aanvullende module middelen van de leefstijlmonitor (LSM-A Middelen) aan toegevoegd (www.rivm.nl/leefstijlmonitor/onderzoeksbeschrijvingen-lsm/a-middelen). Dit is een vragenlijstonderzoek, uitgevoerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Voor dit onderzoek wordt een maandelijkse steekproef gedaan vanuit de Basisregistratie Personen. Deze mensen worden benaderd voor een internetinterview. Non-responders worden nogmaals benaderd voor een telefonisch of voor een persoonlijk interview. Het aantal respondenten per jaar is ongeveer 10.000, de respons is 50 tot 60%. De cijfers worden gecorrigeerd met betrekking tot het verschil in samenstelling van de steekproef ten opzichte van de totale bevolking.

Richtlijnen eerste lijn

In de NHG-richtlijnen worden benzodiazepines bij angstklachten niet aangeraden.12 Bij slaapstoornissen worden benzodiazepines alleen voor kortdurend gebruik (2 tot 4 weken) geadviseerd bij hoge lijdensdruk bij acute en voorbijgaande problematiek.8 Bij depressie wordt geadviseerd eventueel een benzodiazepine voor te schrijven in de opstartfase van antidepressiva bij patiënten met ernstige onrust of angst.11

Richtlijnen tweede lijn

In de multidisciplinaire richtlijn over angststoornissen worden benzodiazepines alleen aangeraden bij paniekstoornissen (als stap 5), bij sociale angststoornis (als stap 3), bij een gegeneraliseerde angststoornis, en bij subtypen (incidenteel gebruik). De multidisciplinaire richtlijn depressie vermeldt dat monotherapie met benzodiazepines ongewenst is.13 Alleen in het begin van de behandeling met antidepressiva kunnen bij angst- en slaapklachten benzodiazepines worden toegevoegd. In de richtlijn wordt geadviseerd het gebruik na 4 tot 6 weken af te bouwen.14

Benzodiazepines op de markt in Nederland

Slaapmiddelen

Flunitrazepam (merkloos), flurazepam (merkloos), lormetazepam (merkloos), nitrazepam (merkloos), temazepam (Normison®, merkloos), midazolam (Dormicum®, merkloos), brotizolam (Lendormin®), loprazolam (Dormonoct®).

Kalmeringsmiddelen

Alprazolam (Xanax®, merkloos), bromazepam (merkloos), clobazam (Frisium®, merkloos), clorazepinezuur (di-k-zout) (Tranxène®), diazepam (Stesolid®, merkloos), oxazepam (Seresta®, merkloos). Chloordiazepoxide is in de cijfers meegenomen, maar is op dit moment slechts als grondstof voor apotheekbereidingen te verkrijgen.


  1. Helmerhorst FM. Overmatig gebruik van opioïden. Gebu. 2017;51(10):84-85
  2. van Bemmel J. Oxycodon een nieuwe heroïneplaag. Medisch Contact 2017;46:20-23
  3. Broersen S. Actie tegen massaal opiatengebruik. Medisch Contact, nieuwsbericht 13 februari 2019. Via: www.medischcontact.nl/nieuws/laatste-nieuws/artikel/actie-tegen-massaal-opiatengebruik.htm. Geraadpleegd op 20-05-2020
  4. Agarwal SD, Landon BE. Patterns in Outpatient Benzodiazepine Prescribing in the United States. JAMA Netw Open. 2019 Jan 4;2(1):e187399. doi: 10.1001/jamanetworkopen.2018.7399
  5. Ministerie van VWS. Bijlage 2 van Regeling zorgverzekering. Via: https://wetten.overheid.nl/BWBR0018715. Geraadpleegd op 20-07-2020
  6. Stichting Farmaceutische Kengetallen. Gebruik benzodiazepines daalt gestaag, maar traag. Pharm Weekbl 2016;151(46). Via: www.sfk.nl/publicaties/PW/2016/gebruik-benzodiazepines-daalt-gestaag-maar-traag. Geraadpleegd op 18-8-2020
  7. Stichting Farmaceutische Kengetallen. Gebruik benzodiazepines vorig jaar verder afgenomen. Pharm Weekbl 2018;153(3). Via: www.sfk.nl/publicaties/PW/2018/gebruik-benzodiazepines-vorig-jaar-verder-afgenomen. Geraadpleegd op 18-08-2020
  8. Gorgels W, Knuistingh Neven A, Lucassen PL, et al. NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen, versie 3.0. Juli 2014. Via: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/slaapproblemen-en-slaapmiddelen. Geraadpleegd op 18-08-2020
  9. Bachhuber MA, Hennessy S, Cunningham CO, Starrels JL. Increasing Benzodiazepine Prescriptions and Overdose Mortality in the United States, 1996-2013. Am J Public Health. 2016 Apr;106(4):686-8. doi: 10.2105/AJPH.2016.303061
  10. Zorginstituut Nederland. GIP-databank. Via www.gipdatabank.nl. Geraadpleegd op 23-04-2020
  11. NHG-werkgroep Depressie. NHG-Standaard Depressie, versie 3.1. Mei 2019. Via: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/depressie. Geraadpleegd 18-8-2020
  12. NHG-werkgroep Angst. NHG-Standaard Angst, versie 3.1. Mei 2019. Via: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/angst. Geraadpleegd op 18-08-2020
  13. Spijker J, Bockting CL, Meeuwissen JA, et al. Multidisciplinaire richtlijn Depressie (Derde revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een depressieve stoornis. Utrecht: Trimbos-instituut, 2013. Via: www.ggzrichtlijnen.nl. Geraadpleegd op 28-04-2020
  14. van Balkom AL, van Vliet IM, Emmelkamp PMG, et al. Multidisciplinaire richtlijn Angststoornissen (Derde revisie). Richtlijn voor de diagnostiek, behandeling en begeleiding van volwassen patiënten met een angststoornis. Utrecht: Trimbos-instituut, 2013. Via: www.ggzrichtlijnen.nl. Geraadpleegd op 28-04-2020
  15. De Jong L, Janssen PGH, Keizer D, et al. NHG-Standaard Pijn, versie 2.2. Juni 2018. Via: https://richtlijnen.nhg.org/standaarden/pijn. Geraadpleegd op 18-08-2020
  16. Van Laar MW, Cruts AAN, Van Miltenburg CJA. Nationale Drug Monitor – Jaarbericht 2019. Utrecht:Trimbos-instituut, 2019. Via: https://www.trimbos.nl/docs/2611d773-620a-45af-a9e5-c27a7e6688e4.pdf. Geraadpleegd op 18-08-2020

Auteurs

  • prof. dr Frans M. Helmerhorst, gynaecoloog n.p.
  • drs Marielle A.E. Nieuwhof, apotheker Stichting Geneesmiddelenbulletin, Utrecht