Beïnvloedt de behandeling van Chlamydia pneumoniae het ziektebeloop van coronairlijden?

Achtergrond.  Uit sero-epidemiologisch, pathologisch en ook klinisch onderzoek blijkt er een samenhang te bestaan tussen Chlamydia pneumoniae-infectie en ontstaan en progressie van atherosclerose en coronaire hartziekten. Als deze samenhang causaal is, kunnen antibiotica gericht tegen dit veel voorkomende micro-organisme nuttig zijn bij de secundaire profylaxe van deze ziekten. De resultaten van klinisch interventieonderzoek zijn nogal tegenstrijdig. Een systematische literatuuroverzicht van al het gerandomiseerde onderzoek beantwoordt deze belangrijke klinische vraagstelling.

Methode. 
In Medline en de Cochrane-bibliotheek zocht men gerandomiseerde placebogecontroleerde onderzoeken uit de periode 1966 tot april 2005 naar het effect van behandeling met antibiotica gericht tegen Chlamydia op het ziektebeloop van coronaire hartziekte.1 Ingesloten werden onderzoeken met uitkomstmaten: totale sterfte, myocardinfarct of acuut coronairsyndroom (de combinatie van myocardinfarct en instabiele angina pectoris).

Resultaat. 
Na kwaliteitsbeoordeling waren 11 onderzoeken met 19.217 patiënten bruikbaar voor meta-analyse, waarvan vier waren verricht bij patiënten met stabiele coronaire ziekte en zeven bij patiënten, die zich hadden gepresenteerd met een acuut coronairsyndroom. In twee onderzoeken werden uitsluitend patiënten met positieve antistofconcentraties tegen Chlamydia gerandomiseerd. De behandeling met antibiotica werd meestal als monotherapie gegeven met een macrolide, zoals roxitromycine, azitromycine of claritromycine, en was korter bij acute coronairsyndromen (1 week tot 3 maanden) en langer bij stabiele ziekte (3 maanden tot 2 jaar). De vervolgduur was bijna 100% en varieerde van 3 maanden tot 2 jaar.
De antibiotische behandeling had geen effect op de totale sterfte van behandelde patiënten vergeleken met onbehandelde patiënten: 4,7 versus 4,6%. Evenmin waren er verschillen in incidentie van myocardinfarct: 5,0 versus 5,4% en in acuut coronairsyndroom: 9,2% versus 9,6%. De verschillende onderzoeken waren voldoende homogeen om bij elkaar te mogen worden gevoegd. Uitsluiting van geen enkel afzonderlijk onderzoek leidde tot essentieel andere uitkomsten. Dat was evenmin het geval als alleen de patiënten met aantoonbare concentraties Chlamydia-antilichamen werden berekend.

Conclusie onderzoekers. 
Behandeling met macroliden heeft bij patiënten met coronaire hartziekten geen effect op overlijden of het ontstaan van (nieuwe) myocardinfarcten.


Uit deze goed uitgevoerde meta-analyse kan men concluderen dat het voorschrijven van antibiotica met activiteit tegen Chlamydia pneumoniae niet effectief is voor secundaire preventie van coronaire hartziekte. Een causaal verband tussen chronische infectie met Chlamydia en atherosclerose is daarmee echter niet van de baan. De gebruikte antibiotica kunnen onwerkzaam zijn tegen intracellulaire Chlamydia in macrofagen binnen een atherosclerotische plaque. Ook is het voorstelbaar dat er wel werkzaamheid is in een veel vroeger stadium van atherosclerosevorming. Preventieve maatregelen voor ischemische hartziekten moeten zich blijven richten op het optimaliseren van de bekende interventies met bewezen effectiviteit.



1. Andraws R, et al. Effects of antibiotic therapy on outcomes of patients with coronary artery disease. A meta-analysis. JAMA 2005; 293: 2641-2647.  

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst