Anti-epileptica en absences bij kinderen

Achtergrond. Absence-epilepsie bij kinderen (‘childhood absence epilepsy’) wordt meestal behandeld met ethosuximide (Ethymal®), valproïnezuur (merkloos, Depakine®, Orfiril®, Propymal®) of lamotrigine (merkloos, Lamictal®). Onduidelijk is welk middel het werkzaamst is en het best wordt verdragen.

Methode. In een gerandomiseerd dubbelblind onderzoek zijn de werkzaamheid, bijwerkingen en neuropsychologische effecten vergeleken van ethosuximide, valproïnezuur en lamotrigine bij kinderen met nieuw gediagnosticeerde absence-epilepsie.1 De doseringen van de middelen werden elke één tot twee weken verhoogd tot de kinderen aanvalsvrij waren, de maximale dosering of de hoogst verdragen dosering was bereikt, of een criterium was bereikt dat wees op falen van de behandeling (zoals laboratoriumafwijkingen of pancreatitis). De primaire uitkomstmaat was afwezigheid van falen van de behandeling na 16 weken. De secundaire uitkomstmaat was aandachtsstoornis en deze werd alleen bij kinderen van vier jaar en ouder gemeten.1

Resultaat. Er werden 453 kinderen gerandomiseerd naar één van de drie behandelgroepen: ethosuximide (156), lamotrigine (149) en valproïnezuur (148). 209 (47%) van de 453 kinderen voldeden aan het einde van de behandeling aan het primaire eindpunt. Na 16 weken waren de resultaten op de primaire uitkomstmaat voor ethosuximide 53%, voor valproïnezuur 58% en voor lamotrigine 29%. Zowel de resultaten van ethosuximide in vergelijking met lamotrigine (odds ratio OR 2,66 [95%BI=1,65-4,28]) als van valproïnezuur in vergelijking met lamotrigine (OR 3,34 [2,06-5,42]) toonden dat lamotrigine minder werkzaam was dan de beide andere middelen. Wat betreft het staken van de behandeling vanwege bijwerkingen was er geen verschil tussen de drie middelen. 96% van de kinderen was vier jaar of ouder. Bij hen kwam aandachtstekort significant vaker voor bij gebruik van valproïnezuur dan bij ethosuximide (resp. 49 en 33%).

Conclusie onderzoekers. Ethosuximide en valproïnezuur zijn werkzamer dan lamotrigine bij de behandeling van absence-epilepsie. Behandeling met ethosuximide gaat gepaard met minder aandachtsproblemen.

Plaatsbepaling

De uitkomsten van dit onderzoek wijzen er op dat ethosuximide het eerstekeuze-anti-epilepticum is bij kinderen met absence-epilepsie. Het middel paart een redelijke mate van werkzaamheid aan een beperkt effect op de cognitie. Bij kinderen vormen aandachtstekorten één van de belangrijkste aanwijzingen van cognitieve dysfunctie en daarmee voor verminderde schoolprestaties. Wat de langetermijneffecten van ethosuximide zijn op de cognitieve vermogens, kan met dit onderzoek echter niet worden vastgesteld. Voorts moet worden opgemerkt dat ook bij ethosuximide 47% van de kinderen niet aan het primaire eindpunt voldeed.
In een begeleidend redactioneel commentaar wordt er op gewezen dat het van belang is om bij patiënten op de kinderleeftijd klassieke absence-epilepsie te onderscheiden van absence-epilepsie met gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen.2 In de praktijk is dit onderscheid echter moeilijk te maken. Aangezien lamotrigine en valproïnezuur zijn geregistreerd voor de behandeling van gegeneraliseerde epilepsie, kiezen artsen vaker voor deze middelen dan voor ethosuximide dat alleen is geregistreerd voor de behandeling van abcences. Geruststellend was dat in dit onderzoek acht kinderen tonisch-klonische aanvallen hadden en dat de aanvallen optraden bij alle drie onderzochte anti-epileptica.
Het commentaar wordt afgesloten met de opmerking dat het ALLHAT-onderzoek in de cardiologie baanbrekend was bij het verwerpen van de aanname ‘nieuw is beter’: thiazidediuretica zijn de werkzaamste en goedkoopste antihypertensiva (Gebu 2009; 43: 89-90). Een herevaluatie van drie anti-epileptica leidt tot de conclusie dat het oudste van de drie middelen (sinds 1958 in de handel) het beste is en van deze drie het goedkoopste.2

 


1. Glauser TA, et al. Ethosuximide, valproic acid, and lamotrigine in childhood absence epilepsy. N Engl J Med 2010; 362: 790-799.  
2.
Vining EPG. Ethosuximide in childhood absence epilepsy-older and better. N Engl J Med 2010; 362: 843-845.

 

Auteurs

  • dr D. Bijl