Antidepressiva en suïcide bij kinderen: brief PHARMO Instituut en reactie Geneesmiddelenbulletin

Het PHARMO Instituut heeft zich in een brief van 12 maart tot haar relaties gericht en haar willen informeren over actuele ontwikkelingen naar aanleiding van de kritiek op het onderzoek naar antidepressiva en suïcidaliteit bij kinderen en adolescenten. Deze brief wordt hieronder samengevat.
  ?
Het instituut is in de afgelopen jaren gegroeid, zo valt te lezen, tot een belangrijk, internationaal erkend onderzoeksinstituut dat inzicht verschaft over hoe geneesmiddelen in de praktijk worden gebruikt. Hun bevindingen zijn niet altijd welgevallig voor politiek en bedrijf en worden niet zelden verkeerd geïnterpreteerd. Het onderzoek dat zij verricht,? wordt steeds vaker vanuit de farmaceutische industrie gefinancierd. Als onafhankelijk onderzoeksinstituut moet PHARMO extra voorzichtig zijn in de omgang met derden en met name met farmaceutische bedrijven. Ofschoon zij alles correct hebben geregeld via de privacycommissie, in contracten en contacten van medewerkers met derden, blijkt zelfs, zo geeft men aan, de zorgvuldigste regeling in uiterste gevallen niet afdoende te zijn. Het is volgens de directeur een gegeven dat bij onwelgevallige resultaten de boodschapper, het onderzoeksinstituut, het moet ontgelden. Tegen die achtergrond werd hij recent geconfronteerd met feitelijk incorrecte, dus objectief onjuiste berichten in de media. Gesteld zou zijn dat het instituut onbetrouwbaar zou zijn en gegevens zou hebben gemanipuleerd om daar financieel voordeel aan te ontlenen.
  ?
In de brief wordt de werkelijke gang van zaken weergegeven. Tezamen met de universiteit van Chicago is een onderzoek gedaan naar het voorkomen van suïcide bij kinderen met depressie. De waarschuwing geen SSRI’s meer te gebruiken door kinderen met depressie leidde niet tot een vermindering van het aantal suïcides. Deze boodschap is gepubliceerd in The American Journal of Psychiatry.
  ?
De brief vervolgt met de mededeling dat het Gebu een negatief oordeel had over dit onderzoek: de onderzoeksopzet was foutief, er was sprake van belangenverstrengeling en de gegevens zouden niet deugen. Het PHARMO Instituut zou volgens het Gebu hebben verzuimd op te geven dat zij een financiële bijdrage had ontvangen van Pfizer. Dit argument vond PHARMO overigens niet valide omdat SSRI’s in het algemeen generiek worden voorgeschreven.
  ?
Vervolgd wordt met de opmerking dat het Gebu het radioprogramma ARGOS in de arm heeft genomen. In een interview zou de directeur van PHARMO aan de tand zijn gevoeld met als centrale vraag of het onderzoek wel correct en betrouwbaar was. Dit zou tot een selectief en gemonteerd interview hebben geleid waarin een beeld zou zijn ontstaan dat de werkelijkheid geweld aandeed. Hierdoor zou een kettingreactie aan foutieve berichtgeving zijn ontstaan.
  ?
Gemeld wordt dat intern onderzoek en onderzoek van het Amerikaanse tijdschrift heeft aangetoond dat er niets mis was met de publicatie, dat het instituut juist heeft gehandeld en dat er geen sprake was van belangenverstrengeling. PHARMO betreurt dat deze affaire zich heeft voorgedaan, maar verwacht in de toekomst wel vaker met onterechte beschuldigingen te worden geconfronteerd. De interne bedrijfsvoering zal door derden onder de loep worden genomen.

 

Reactie Geneesmiddelenbulletin1 

PHARMO stelt dat het Geneesmiddelenbulletin een negatief oordeel had over het onderzoek waarin een causale relatie werd gelegd tussen afname van SSRI-gebruik in de VS en in Nederland en een toename van het aantal suïcides. Allereerst zou de onderzoeksopzet niet deugen. In het Geneesmiddelenbulletin 2007; 41: 132-133 wordt opgemerkt dat met observationeel onderzoek associaties worden onderzocht en dat uit dergelijk onderzoek geen bewijzen kunnen worden verkregen, zoals de onderzoekers stellen. In de tweede plaats zou in het Geneesmiddelenbulletin zijn gesteld dat er sprake was van belangenverstrengeling, maar dit wordt in de brief vervolgens niet ontkend. In de derde plaats zou in het Geneesmiddelenbulletin zijn gesteld dat de data niet kloppen. Dit is echter niet juist weergegeven. Er wordt geen twijfel uitgesproken over de gegevens, maar over de interpretatie daarvan, hetgeen niet hetzelfde is.
  ?
De brief gaat verder met de opmerking dat het Geneesmiddelenbulletin het radioprogramma Argos in de arm heeft genomen. Dit wordt niet met bewijzen onderbouwd en is een vertekening van de gang van zaken. De redactie van Argos heeft de mening van verschillende deskundigen over dit onderwerp gevraagd, waaronder ook die van de hoofdredacteur van het Geneesmiddelenbulletin. Volgens PHARMO zou een en ander resulteren in een kettingreactie aan foutieve berichtgeving. In tegenstelling tot in het radiointerview geeft de directeur van het PHARMO Instituut thans aan dat zijn conclusies wel juist zijn en onderbouwt dit met een niet openbaar gemaakte reactie van de redactie van het Amerikaanse tijdschrift waarin het onderzoek is gepubliceerd. Dit is echter niet aan de orde. Aan de orde is dat de argumenten die in het Geneesmiddelenbulletin worden genoemd niet door de brief van PHARMO en ook niet door de reactie van het Amerikaanse tijdschrift worden ontkracht. Het Geneesmiddelenbulletin stond in zijn kritiek op het onderzoek overigens bepaald niet alleen. Zowel nationale als internationale deskundigen hebben grote vraagtekens gezet bij de wetenschappelijke kwaliteit van het onderzoek.2 3 
  ?
Het artikel is geheel in onafhankelijkheid tot stand gekomen, zo stelt de directie van PHARMO. Maar daarover wordt in het Geneesmiddelenbulletin geen twijfel uitgesproken, wel had de financiële belangenverstrengeling moeten worden opgegeven.
  ?
Suïcide en suïcidaliteit bij kinderen en adolescenten maar ook bij volwassenen met een depressie die al dan niet antidepressiva gebruiken is een beladen onderwerp waarover de wetenschappelijke inzichten de afgelopen decennia sterk uiteen hebben gelopen. Alles moet in het werk worden gesteld om te voorkomen dat jongeren suïcide plegen. Of dit wordt bewerkstelligd door teveel geneesmiddelen te verstrekken of door te weinig geneesmiddelen te verstrekken is echter een veel te magere onderzoeksvraag. Suïcides zijn unieke persoonlijke 'life events' en kunnen worden veroorzaakt door allerlei persoonlijke, maatschappelijke en sociale ontwikkelingen, zoals werkloosheid en laag inkomen, en evenzeer door onvoldoende diagnostiek, onvoldoende niet-medicamenteuze behandelingen of door een toename in het gebruik van 'drugs'. Magere, beperkt relevante onderzoeksvragen zijn te verwachten van sponsoren die slechts een beperkt belang hebben in een breed probleemgebied.


 


  1. Sheddon P. Dutch academics criticise suicide claims in American journal. BMJ 2008; 336: 112.
  2. Kievits F, et al. Kritiek op geclaimd verband afname SSRI-gebruik en toename suïcide [binnenlands nieuws]. Ned Tijdschr Geneeskd 2008; 152: 465.  

Auteurs

  • dr D. Bijl, mw drs D. Bruring