In het kort Lees artikel

Antidepressiva als slaapmedicatie?


Ondanks het bewijs van geen werkzaamheid wordt het antidepressivum mirtazapine toegepast als behandeloptie bij slaapstoornissen. Eerder besteedde het Ge-Bu hier aandacht aan. Voor zover onderzocht blijkt dit grotendeels ook op te gaan voor andere antidepressiva. Voor slechts een enkel antidepressivum geldt dat ze enig positief effect hebben op slaapuitkomstmaten. Circa 23 minuten meer totale slaaptijd of circa 15 minuten minder wakker liggen ’s nachts zijn dan echter nauwelijks of niet-relevante behandeleffecten. Voor primaire slaapstoornissen zijn antidepressiva derhalve geen behandeloptie, ook niet als alternatief voor niet-werkzame andere behandelingen.


  • Er is van veel antidepressiva, waaronder amitriptyline, geen onderzoek bekend naar de effecten op slaapstoornissen.
  • De wèl onderzochte antidepressiva blijken bij primaire slaapstoornissen geen behandeloptie, omdat het bewijs voor klinisch relevante werkzaamheid onvoldoende is. Er is slechts laag tot matig bewijs dat doxepine, trazodon en SSRI’s gering of geen effect hebben.
  • De mogelijk sederende werkzaamheid van antidepressiva is hooguit toe te passen bij patiënten die een indicatie hebben voor een medicamenteuze behandeling van een (ernstige) depressie met slaapstoornissen als bijkomend probleem.

Mirtazapine, geen bewijs

In een eerder artikel schreef het Ge-Bu over het gebrek aan bewijs voor de off-labeltoepassing van het antidepressivum mirtazapine bij slaapstoornissen (in een lagere dosis dan dat het middel voorgeschreven zou moeten worden bij depressie).1 Dit artikel beantwoordde niet de vraag of er voor andere antidepressiva wel bewijs bestaat.

Antidepressiva, anders dan mirtazapine, wel een optie?

Een systematische Cochrane-literatuurstudie analyseerde de beschikbare onderzoeken naar antidepressiva bij slaapproblemen bij personen van 18 jaar en ouder.2 De conclusie van deze studie is dat er enig bewijs bestaat dat alleen doxepine en trazodon slechts een beperkt, placebogecontroleerd, effect hebben op de slaapkwaliteit. Voor selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI’s) geldt dit ook enigszins (klein tot geen effect), maar de bewijskracht was lager. Het is niet waarschijnlijk dat de gevonden effecten klinisch relevant zijn.

Dan maar benzodiazepine-agonisten of niet-medicamenteus?

De vraag of antidepressiva als slaapmedicatie een alternatief zijn voor benzodiazepinen is op basis van de Cochrane-studie niet te beantwoorden. Er werd slechts één onderzoek gevonden waarbij een antidepressivum werd vergeleken met een benzodiazepine: er was geen verschil tussen trazodon en zolpidem.3 Richtlijnen, waaronder die voor huisartsen (de NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen) adviseren een benzodiazepine-agonist kortdurend voor te schrijven, als niet-medicamenteuze maatregelen tekortschieten.4

De effecten van benzodiazepine-agonisten bij slaapstoornissen blijken overigens ook gering.5, 6 Dit valt bijvoorbeeld op te maken uit een meta-analyse van gepubliceerde en ongepubliceerde studies aangeboden aan de FDA, om het effect van middelen als zoplicon te beoordelen: een kortere inslaaptijd van 7 minuten (slaaplatentietijd), subjectief vastgesteld, en van 22 minuten, objectief gemeten (tot en met de eerste polysomnografische registratie van slaap).6 De auteurs bij een editorial van dit laatste onderzoek spreken over een misplaatst vertrouwen in het effect van slaapmiddelen.7 Zij wijzen op onderzoeken van niet-medicamenteuze behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie. Deze onderzoeken tonen vergelijkbare (geringe) effecten aan, die als de therapie is gestopt, langer aanhouden dan bij slaapmedicatie.8, 9 De toepassing van andere behandelingen bij slaapstoornissen dan antidepressiva vallen verder buiten de context van dit artikel.


De farmacologische werking van een deel van de antidepressiva maakt deze in theorie geschikt als slaapmiddel. Hoewel ze niet direct betrokken zijn bij de slaapinductie geven ze (als bijwerking) wel een bepaalde mate van sedatie. Voor andere antidepressiva, zoals de SSRI’s, zou de positieve werking op de slaap vooral gelegen zijn in de mogelijkheid dat door vermindering van de depressieklachten ook slaapproblemen afnemen. Slaapstoornissen hangen vaak samen met een depressie. Voor meer informatie zie paragraaf Achtergrondinformatie.

Angst voor de verslavende werking van benzodiazepinen en het feit dat ziektekostenverzekeraars deze middelen vaak niet vergoeden, kunnen redenen zijn waarom artsen op zoek gaan naar alternatieven, waaronder antidepressiva.1


Een Cochrane systematisch literatuuroverzicht uit 2018 concludeert dat zowel doxepine (dosering 1-50 mg) als trazodon (dosering 25-150 mg) een beperkte slaapbevorderende werking hebben. Er werden, in vergelijking met placebo, als matig beoordeelde effecten gevonden, zoals circa 23 minuten meer totale slaaptijd, circa 15 minuten minder wakker liggen ’s nachts, of per 10 nachten 3 keer minder wakker worden.2 

Voor de SSRI’s werd geen of een klein effect gevonden. In de meta-analyses werden gerandomiseerde onderzoeken ingesloten met patiënten met slapeloosheid als primaire diagnose, al dan niet met depressie of andere co-morbiditeit. De primaire uitkomstmaat was de subjectieve slaapkwaliteit, gemeten met door de zorgverlener of patiënt ingevulde vragenlijsten. Met deze vragenlijsten werden onder meer totale slaapduur, aantal keren ontwaken en slaapefficiëntie vastgelegd. 

Ook de bijwerkingen werden onderzocht, maar deze werden veelal niet meegenomen in de ingesloten onderzoeken of er werd geen significant verschil met placebo gevonden. Alleen in een onderzoek waarin trazodon werd vergeleken met placebo kwamen bij trazodon significant meer bijwerkingen voor.


In het Cochrane systematische literatuuronderzoek werden zes onderzoeken geanalyseerd (totaal 812 deelnemers) naar het effect van tricyclische antidepressiva (TCA’s) op slaapstoornissen.2 In vijf van deze onderzoeken werd het TCA doxepine (1 tot 50 mg voor de nacht) vergeleken met placebo, één studie onderzocht trimipramine ten opzichte van placebo. Trimipramine is niet geregistreerd in Europa. Onderzoeken naar de werkzaamheid van andere TCA’s, zoals amitryptiline, werden niet gevonden.

Doxepine versus placebo

Door de patiënt gerapporteerde slaapkwaliteit werd geanalyseerd op basis van drie onderzoeken met doxepine (totaal 506 deelnemers) en één onderzoek met trimipramine (totaal 12 deelnemers). Er werd een matig effect gevonden in het voordeel van de TCA’s. Het gestandaardiseerd gemiddeld verschil (zie http://www.minerva-ebm.be/Results/Glossary/1432) was 0,39 (0,21 tot 0,56). Het bewijs hiervoor was van matige kwaliteit volgens de onderzoekers. Door het beperkte aantal deelnemers (n = 12) droeg het onderzoek naar trimipramine slechts voor 2,2% bij aan het resultaat. Er was geen significant verschil tussen trimipramine en placebo. 
Ook voor de slaapefficiëntie, totale slaaptijd en duur van nachtelijk ontwaken werden statistisch significante verschillen gevonden in vier onderzoeken naar doxepine ten opzichte van placebo (510 deelnemers). Het gemiddelde verschil was 6,3% (3,2 tot 9,4) voor slaapefficiëntie, 22,9 minuten (13,2 tot 32,6) voor totale slaaptijd en 14,6 minuten (3,3 tot 26) voor de duur van minder nachtelijk ontwaken. Er werden geen statistisch significante verschillen gevonden in het aantal bijwerkingen.

Eigenschappen doxepine
Doxepine heeft ten opzichte van de meeste tricyclische antidepressiva een korte halfwaardetijd die kan variëren van 8 tot 24 uur. Maar de actieve metaboliet van doxepine heeft een halfwaardetijd van 33 tot 80 uur. Dit maakt het mogelijk dat patiënten overdag nog last hebben van hangover-effecten, zoals sufheid en slaperigheid. De maximale plasmaconcentratie wordt na 2 tot 4 uur bereikt.10

Bijwerkingen
Zeer vaak (≥ 10%): slaperigheid, sufheid.
Vaak (1-10%): slapeloosheid, duizeligheid, extrapiramidale verschijnselen, agitatie, delier, tremor, myoclonus, anticholinerg syndroom, tachycardie, hypotensie, misselijkheid, hyperhidrose, vermoeidheid en gewichtstoename. (zie verder Farmacotherapeutisch Kompas)

Rijvaardigheid
Tijdens het gebruik van doxepine in een dosering tot en met 25 mg driemaal daags wordt bij dagelijks gebruik aangeraden om de eerste week niet te rijden. Wordt meer gebruikt dan wordt rijden ontraden (zie ook website rij veilig met medicijnen).

Trazodon versus placebo

Voor trazodon, een niet-selectieve serotonineheropnameremmer, werden drie onderzoeken gevonden na het systematisch doorzoeken van de literatuur, met in totaal 370 patiënten met slaapstoornissen. De meta-analyse van deze onderzoeken liet een significante verbetering zien van trazodon (50-150 mg voor het slapen) ten opzichte van placebo voor subjectief gemeten slaapkwaliteit en voor het aantal keren nachtelijk ontwaken. Het gestandaardiseerd gemiddeld verschil was 0,34 (matig effect) (0,02 tot 0,66) in het voordeel van trazodon. Het aantal keren nachtelijk ontwaken was 0,3 keer minder (0,1 tot 0,5) bij trazodon. Het bewijs voor de gevonden effecten was van lage kwaliteit volgens de Cochrane-onderzoekers. In één van de onderzoeken hadden vijf van de acht deelnemers last van ’hangover' en twee hadden last van duizeligheid.11 In één van de andere onderzoeken kwamen numeriek meer bijwerkingen voor in de trazodongroep, 75% in de trazodongroep en 68% in de placebogroep (betrouwbaarheidsinterval niet vermeld).3

Trazodon versus zolpidem, indirect vergeleken

Voor het systematische literatuuronderzoek werd één onderzoek met in totaal 306 patiënten geselecteerd waarin trazodon en zolpidem, een benzodiazepine-agonist, werden vergeleken met placebo.2, 3 Zolpidem en trazodon werden in dit onderzoek niet direct met elkaar vergeleken, maar de onderzoekers gaven voor een aantal parameters wel aan dat de verschillen niet significant waren. Zolpidem en trazodon verschilden niet significant met betrekking tot de subjectieve slaapkwaliteit, totale slaaptijd, aantal keren ’s nachts ontwaken en bijwerkingen. Het is echter onduidelijk of dit onderzoek voldoende power had om een verschil in bijwerkingen tussen deze twee geneesmiddelen aan te kunnen tonen.3

Eigenschappen trazodon
Trazodon heeft een relatief korte halfwaardetijd die per persoon kan verschillen van 5 tot 9 uur. De maximale plasmaconcentratie wordt na 1,5 tot 2,5 uur bereikt (bij lege resp. volle maag).10

Bijwerkingen
Zeer vaak (≥ 10%): nervositeit, duizeligheid, slaperigheid, moeheid, droge mond.
Vaak (1–10%): huiduitslag en jeuk, allergische reacties, influenza-achtige symptomen, oedeem, gewichtstoename, anorexie en verhoogde eetlust, verwardheid, agitatie (soms overgaand in delier), manie, agressieve uitbarstingen, expressieve afasie, hallucinaties, desoriëntatie, hoofdpijn, slapeloosheid, tremor, tinnitus, accommodatie- en zichtstoornissen, hartkloppingen, orthostatische hypotensie, bradycardie, tachycardie, syncope en hypertensie, nasale of sinus-congestie, dyspepsie, misselijkheid, braken, buikpijn, smaakveranderingen, flatulentie, gastro-enteritis, obstipatie en diarree, asthenie, pijn in de ledematen, pijn in de borst, pijn in de rug, gewrichts- en spierpijn, transpiratie, opvliegers (zie verder Farmacotherapeutisch Kompas).

Rijvaardigheid
Bij dagelijks gebruik van dit geneesmiddel wordt autorijden ontraden. Trazodon heeft een ernstige negatieve invloed op de rijvaardigheid (zie ook website rij veilig met medicijnen).

Er werden drie onderzoeken ingesloten in het Cochrane systematische literatuuronderzoek, met in totaal 135 deelnemers bij wie het effect van SSRI’s op slaapproblemen werd vergeleken met placebo.2 Een onderzoek moest worden vertaald vanuit het Chinees. De resultaten van deze onderzoeken konden niet gezamenlijk worden geanalyseerd en werden alleen beschreven.2 De kwaliteit van het bewijs voor de gevonden effectiviteit was mede daardoor zeer laag. Twee onderzoeken naar paroxetine includeerden patiënten met primaire slapeloosheid en een studie naar fluoxetine onderzocht slaapstoornissen bij patiënten met een depressie. Bijwerkingen werden in geen van de studies onderzocht.

Het eerste onderzoek naar paroxetine (10-20 mg) vond een klein significant verschil in vergelijking met placebo op de 'Pittsburgh Diary base measures'. In dit onderzoek was de alertheid overdag, beoordeeld door de patiënt, bij paroxetine groter.12 Het tweede, vanuit het Chinees vertaalde onderzoek naar paroxetine (10-20 mg ’s ochtends) versus placebo, vond significante verbeteringen van de subjectieve slaapkwaliteit op verschillende onderdelen: totale slaaptijd, benodigde tijd om in slaap te vallen, aantal keer ontwaken per nacht, slaapefficiëntie.2 Het derde onderzoek vond na 8 weken geen significante verbetering van de score van de ‘sleep disturbance factors’ bij fluoxetine (20 mg ’s ochtends) ten opzichte van placebo op de 'Hamilton Rating Scale for Depression' (zie http://www.minerva-ebm.be/Results/Glossary/1448).13


Antidepressiva worden in de richtlijn voor huisartsen, de NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen, niet als alternatief voor slaapmiddelen aangeraden. Volgens deze richtlijn hebben antidepressiva eventueel een plaats bij patiënten met depressie én slaapproblemen.4 De eerste behandelstap is niet-medicamenteus (voorlichting, bevorderen van de slaaphygiëne of zo nodig cognitieve therapie). Als medicamenteuze behandeling echt nodig is dan worden kortwerkende benzodiazepine-agonisten aangeraden, met als eerste keus temazepam of zolpidem. Alternatieven zijn lormetazepam of zopiclon. De richtlijn adviseert verder deze middelen alleen kortdurend en intermitterend voor te schrijven.4

Voor de tweede lijn zijn vanuit de specialistenverenigingen geen algemene richtlijnen voor slaapproblemen beschikbaar.14


Werkingsmechanisme slaapmiddelen

Er zijn meerdere geneesmiddelen die op enigerlei wijze het slaap-waaksysteem beïnvloeden. Niet elk geneesmiddel beïnvloedt echter het systeem even sterk. Het slaap-waaksysteem bestaat uit verschillende subsystemen waarbij meerdere hersengebieden en neurotransmitters zijn betrokken. In slaap vallen of ontwaken werkt via een ‘aan/uit-schakelaar' die onder bepaalde omstandigheden omslaat. Geneesmiddelen kunnen sederend werken, maar als de slaapschakelaar niet ‘omslaat’ hebben ze geen direct slaapinducerende werking. Dit zou verklaren waarom niet alle sederende geneesmiddelen ook effectieve slaapmiddelen zijn.15, 16
Daarnaast moet een slaapmiddel ook een centrale werking hebben en dus de bloedhersenbarrière kunnen passeren. Het geneesmiddel moet snel worden opgenomen en bij voorkeur geen lange halfwaardetijd hebben in verband met hangover-effecten en problemen bij het ontwaken. Een te korte halfwaardetijd beperkt de effectiviteit en vermindert doorslapen.15

Neurotransmitters betrokken bij slaap

Lichaamseigen stoffen en neurotransmitters betrokken bij slaap zijn Gamma-aminoboterzuur (GABA), melatonine, adenosine, noradrenaline, dopamine, serotonine, histamine, acetylcholine en orexin, een neuropeptide. 
•    GABA, melatonine en adenosine bevorderen slaap. 
•    Noradrenaline, dopamine, serotonine, histamine, acetylcholine en orexin onderhouden de waaktoestand. 
•    Melatonine is daarnaast ook betrokken bij de regulering van de biologische klok. 
Een theorie is dat het omslaan van de slaap-waakschakelaar naar ‘slaap’ wordt getriggerd door een toename van de hoeveelheid adenosine in het lichaam.15, 16 Adenosine ontstaat door afbraak van ATP, de energieleverancier van het lichaam.

Werkingsmechanisme antidepressiva bij slaap

De lage werkzaamheid van de antidepressiva bij slaapstoornissen kan worden verklaard door het feit dat ze slechts ingrijpen op één van de deelsystemen van het slaap-waaksysteem. Ze zijn niet direct betrokken bij de slaapinductie. Ze geven een bepaalde mate van sedatie en zijn daarmee in het algemeen geen effectieve slaapmiddelen. Slaapproblemen verminderen daarnaast vaak wanneer een depressie opklaart.15

Trazodon en mirtazapine: sedatief bij lage en antidepressief bij hoge dosering

Bij trazodon en mirtazapine in lagere doseringen overheerst de werking op de postsynaptische receptoren (antagonisme) en daarmee overheerst de sedatieve werking van deze geneesmiddelen. In hogere dosering overheerst de presynaptische werking en remmen deze geneesmiddelen de heropname van serotonine en noradrenaline, neurotransmitters die de waaktoestand onderhouden. De sederende werking zou dan theoretisch afnemen ten gunste van de activerende antidepressieve werking.

Paroxetine en fluoxetine: minder depressief daardoor beter slapen?

Paroxetine en fluoxetine remmen de heropname van serotonine en noradrenaline. Deze SSRI’s zouden daarom niet direct sederend zijn. Mogelijk werken deze middelen pas slaapbevorderend als ze gunstig effect hebben op de depressie.

Terminologie slaaponderzoek15, 17

Slaaplatentietijd (sleep onset latency): verstreken tijd tussen het moment dat de patiënt probeert in slaap te vallen tot de tijd dat hij ook echt (objectief volgens polysomnografische registratie) of voor zijn gevoel (subjectief) in slaap valt. Deze tijd wordt gemeten in minuten. Belangrijk is dat de patiënt op de gebruikelijke tijd gaat slapen om te voorkomen dat de latentietijd te hoog (bij te vroeg gaan slapen) of te laag (bij te laat gaan slapen) uitvalt.

Totale slaaptijd (total sleep time): de totale hoeveelheid slaaptijd vastgelegd in de tijd van de meting. Deze is met behulp van EEG onder te verdelen in stadium N1 t/m N3, en REM. REM staat voor Rapid Eye Movement. Het is stadium van de slaap met onder meer hoge hersenactiviteit, snelle oogbewerkingen en dromen. Komt normaal om de 90 tot 120 minuten voor.

Slaapefficiëntie (sleep efficiency): de totale slaaptijd gerelateerd aan de tijd die in bed wordt doorgebracht. Wordt weergegeven in percentages. Kan lager uitvallen doordat langere tijd in bed wordt doorgebracht, ook al is de slaaptijd normaal.

Totale waaktijd na het in slaap vallen (total wake time after sleep onset): de totale tijd die wakend wordt doorgebracht vanaf het in slaap vallen, gerelateerd aan de tijd die in bed wordt doorgebracht. Wordt weergegeven in percentages. Reciproke van de slaapefficiëntie.

Waaktijd na in slaap vallen (wake after sleep onset- WASO): tijd die wakend wordt doorgebracht vanaf het in slaap vallen. De WASO is een goede voorspeller voor verminderd functioneren overdag. 

Waaktijd na het wakker worden (wake time after sleep offset): periode die wakend wordt doorgebracht na vervroegd ontwaken. Dit komt vooral voor bij ouderen of patiënten met angst of depressie.

Details van het Cochrane systematisch literatuuronderzoek

Soort onderzoek: systematisch literatuuroverzicht
Financiering: NIHR School for Primary Care Research (SPCR) en de Primary Care and Population Sciences (PCPS) Unit, University of Southampton.
Belangenverstrengeling: 3 van de 8 auteurs
Insluitingscriteria: gerandomiseerde onderzoeken naar volwassenen (≥ 18 jaar) met slapeloosheid als primaire diagnose met antidepressiva als monotherapie in alle doseringen, vergeleken met placebo, benzodiazepine-analogen, andere antidepressiva, wachtlijstcontrole of ‘gebruikelijke therapie’
Belangrijke uitsluitingscriteria: onderzoek naar voedingssupplementen die ook als antidepressivum worden gebruikt, behandelduur korter dan 3 dagen of nachten
Aantal publicaties: 4.260 gevonden, 220 nader onderzocht, 23 ingesloten
Aantal patiënten: totaal 2.806, 16 tot 324 per onderzoek, gemiddeld 125 per onderzoek
Primaire uitkomstmaat: subjectieve slaapcriteria gemeten met HAM-D slaap (Hamilton Ratings Scale for Depression – Sleep disturbance factor), PSQI (Pittsburgh Sleep Quality Index) of Insomnia Severity Index (ISI) na 6 of 12 weken. Slaapcriteria waren: slaapkwaliteit (subjectief), -duur (uur/minuten), sleep onset latency (tijd tot in slaap vallen), nachtelijk ontwaken (aantal en totale duur), slaapefficiëntie (slaaptijd/tijd in bed)
Kwaliteit van de onderzoeken: zeer laag tot matig, bepaald met de GRADE-methodiek
Duur follow-up: drie onderzoeken < 4 weken, 13 onderzoeken 4 – 8 weken, vier onderzoeken 8 – 24 weken, drie onderzoeken > 24 weken
Patiëntenkenmerken: gemiddelde leeftijd 47,3 jaar, variërend van 26 tot 73 jaar, gemiddelde proportie vrouwen 60%

  1. Nieuwhof MAE. Off-labelgebruik van mirtazapine als slaapmiddel. Gebu. 2019;53(6-7):66-8.
  2. Everitt H, Baldwin DS, Stuart B, Lipinska G, Mayers A, Malizia AL, et al. Antidepressants for insomnia in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2018;5:Cd010753.
  3. Walsh JK, Erman M, Erwin CW, Jamieson A, Mahowald M, Regestein Q, et al. Subjective hypnotic efficacy of trazodone and zolpidem in DSMIII–R primary insomnia. Human Psychopharmacology: Clinical and Experimental. 1998;13(3):191-8.
  4. Nederlands Huisartsen Genootschap. NHG-Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen 2014 [Available from: https://www.nhg.org/standaarden/samenvatting/slaapproblemen-en-slaapmiddelen.
  5. Winkler A, Auer C, Doering BK, Rief W. Drug treatment of primary insomnia: a meta-analysis of polysomnographic randomized controlled trials. CNS Drugs. 2014;28(9):799-816.
  6. Huedo-Medina TB, Kirsch I, Middlemass J, Klonizakis M, Siriwardena AN. Effectiveness of non-benzodiazepine hypnotics in treatment of adult insomnia: meta-analysis of data submitted to the Food and Drug Administration. Bmj. 2012;345:e8343.
  7. Cunnington D. Non-benzodiazepine hypnotics: do they work for insomnia? BMJ. 2012;346:e8699.
  8. Irwin MR, Cole JC, Nicassio PM. Comparative meta-analysis of behavioral interventions for insomnia and their efficacy in middle-aged adults and in older adults 55+ years of age. Health Psychol. 2006;25(1):3-14.
  9. Riemann D, Perlis ML. The treatments of chronic insomnia: a review of benzodiazepine receptor agonists and psychological and behavioral therapies. Sleep Med Rev. 2009;13(3):205-14.
  10. Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie. Informatorium Medicamentorum (Kennisbank) 2019 [Available from: https://www.knmp.nl/producten/knmp-kennisbank.
  11. Le Bon O, Murphy JR, Staner L, Hoffmann G, Kormoss N, Kentos M, et al. Double-blind, placebo-controlled study of the efficacy of trazodone in alcohol post-withdrawal syndrome: polysomnographic and clinical evaluations. J Clin Psychopharmacol. 2003;23(4):377-83.
  12. Reynolds CF, 3rd, Buysse DJ, Miller MD, Pollock BG, Hall M, Mazumdar S. Paroxetine treatment of primary insomnia in older adults. Am J Geriatr Psychiatry. 2006;14(9):803-7.
  13. Satterlee WG, Faries D. The effects of fluoxetine on symptoms of insomnia in depressed patients. Psychopharmacol Bull. 1995;31(2):227-37.
  14. Federatie Medisch Specialisten. Richtlijnendatabase 2019 [Available from: https://richtlijnendatabase.nl/.
  15. Wilson SJ, Nutt DJ, Alford C, Argyropoulos SV, Baldwin DS, Bateson AN, et al. British Association for Psychopharmacology consensus statement on evidence-based treatment of insomnia, parasomnias and circadian rhythm disorders. J Psychopharmacol. 2010;24(11):1577-601.
  16. Saper CB, Scammell TE, Lu J. Hypothalamic regulation of sleep and circadian rhythms. Nature. 2005;437(7063):1257-63.
  17. Shrivastava D, Jung S, Saadat M, Sirohi R, Crewson K. How to interpret the results of a sleep study. J Community Hosp Intern Med Perspect. 2014;4(5):24983.

Auteurs

  • drs Marielle A.E. Nieuwhof, apotheker
  • dr Hein J.E.M. Janssens, huisarts Stichting Geneesmiddelenbulletin, Utrecht
    Huisartsenpraktijk Geuzenwaard, Lobith
    Afdeling Eerstelijnsgeneeskunde, Radboud Universitair Medisch Centrum, Nijmegen