In het kort Lees artikel

Amisulpride: een nieuw leven bij schizofrenie?


Er zijn verschillende studies gedaan naar de effectiviteit en bijwerkingen van amisulpride bij patiënten met schizofrenie en deze onderzoeken werden in verschillende (netwerk) meta-analyses ingesloten. Hieruit blijkt dat amisulpride de kenmerkende symptomen van schizofrenie sterk vermindert. De verschillen met andere antipsychotica zijn echter klein. Ook blijkt dat significant minder mensen de behandeling met amisulpride staken vanwege bijwerkingen of gebrek aan effectiviteit dan bij placebo en de meeste andere antipsychotica. Het bijwerkingenprofiel lijkt mild te zijn. Alhoewel de onderzoeken met amisulpride tekortkomingen vertonen, lijkt amisulpride bij de behandeling van schizofrenie werkzaam met een mild bijwerkingenprofiel. Een ondubbelzinnige conclusie is op grond van de bestaande onderzoeken echter niet te trekken. Op grond daarvan krijgt dit middel een pilwaardering +/-.
Pilwaardering: +/- matig (wat is dit?)

  • De antipsychotica (met uitzondering van clozapine) zijn vergelijkbaar qua werkzaamheid en effectiviteit, maar verschillen sterk wat betreft bijwerkingen.
  • Het oude, maar pas recent in Nederland geregistreerde, amisulpride komt uit onderzoeken als werkzaam en effectief naar voren met een mild bijwerkingenprofiel, maar op de kwaliteit van deze onderzoeken is kritiek mogelijk.
  • Op dit moment is amisulpride (als Aktiprol®) wel 2,5 tot 100 maal duurder dan andere antipsychotica, waardoor het om deze reden als tweede keuze zou moeten worden ingezet. 

Het antipsychoticum amisulpride  is in Nederland sinds november 2019 beschikbaar als het merkproduct Aktiprol® en heeft als geregistreerde indicatie acute en chronische schizofrene stoornissen met positieve en negatieve symptomen. Amisulpride is echter niet nieuw en is in een aantal landen al vanaf 1986 op de markt. 

Weinig verschil in effectiviteit, iets minder bijwerkingen

Amisulpride is onderzocht in een aantal (netwerk) meta-analyses.1,2,3 Daaruit blijkt dat amisulpride beter werkt dan haloperidol en flupentixol, en net zo effectief is als olanzapine en risperidon. In deze onderzoeken is amisulpride zelfs het meest effectieve antipsychoticum op clozapine na.3 De kwaliteit van de ingesloten onderzoeken, specifiek gericht op amisulpride, is echter beperkt. In de netwerk meta-analyse werd zelfs geen enkel placebogecontroleerd onderzoek naar amisulpride ingesloten en is het bewijs voor effectiviteit op geheel indirecte wijze verkregen. Daardoor zijn de conclusies minder robuust dan gewenst.3 In een recent gerandomiseerd onderzoek wordt een goede effectiviteit gevonden, maar deze verschilt niet significant ten opzichte van aripiprazol of olanzapine.4 

Amisulpride lijkt iets minder bijwerkingen te veroorzaken dan andere antipsychotica.1,3,4,5 De verschillende onderzoeken vinden geen tot slechts een minimale gewichtstoename. Ten opzichte van olanzapine en aripiprazol worden hogere prolactinespiegels gevonden, maar de klinische relevantie hiervan is onduidelijk.4 Ook lijkt het er op dat amisulpride de QT-tijd verlengt en wordt onder meer afgeraden het voor te schrijven aan patiënten met een aangeboren lange QT-syndroom.6

Lage bewijskracht van onderzoek

De in de (netwerk) meta-analyses ingesloten onderzoeken hebben geen hoge bewijskracht. Het is daarom niet mogelijk de ondubbelzinnige conclusie te trekken dat amisulpride effectief en veilig is. De lage bewijskracht heeft een aantal oorzaken:

  • De meeste onderzoeken zijn kortdurend (2-13 weken, één studie 52 weken) terwijl schizofrenie een chronische aandoening met levenslang klachten is.
  • De meeste onderzoeken hebben een hoog percentage (> 35%) uitvallers.
  • De mate van placeborespons is de afgelopen 60 jaar toegenomen; inclusie van oude onderzoeken met een lage placeborespons verhoogt de heterogeniteit van de geïncludeerde onderzoeken.
  • Bij veel onderzoeken is sprake van een of andere vorm van bias, zoals randomisatiebias of rapportagebias, of bias veroorzaakt doordat de behandelend arts ook de onderzoeker is die de subjectieve symptoomscoring doet.

In dit artikel worden de meta-analyses en de meest omvangrijke netwerk meta-analyses besproken.1,2,3 Ook wordt een zeer recente studie besproken waarin amisulpride direct wordt vergeleken met aripiprazol en olanzapine.4 Daarnaast wordt een netwerk meta-analyse besproken waarin de metabole bijwerkingen en effecten op het gewicht en Body Mass Index (BMI) van 18 antipsychotica zijn onderzocht.5

Cochrane-review 2002

In een Cochrane-meta-analyse zijn 19 gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken uit 1985 tot 2000 geïncludeerd.1 Hierin werd amisulpride onder andere vergeleken met placebo (4 onderzoeken) en de eerstegeneratieantipsychotica: haloperidol (10), flufenazine (2), perazine (1) en flupentixol (1). De resultaten van de studies zijn voor amisulpride qua effectiviteit significant gunstiger dan placebo en de onderzochte eerstegeneratieantipsychotica. Deze boeten echter aan waarde in door de tekortkomingen van de onderzoeken.

Onderzoeksopzet

De primaire uitkomstmaat in deze meta-analyse was het aantal patiënten dat stopte met de behandeling om welke reden dan ook (de uitval), een gebruikelijke en objectieve uitkomstmaat bij onderzoek naar de effectiviteit van een behandeling bij schizofrenie (zie Achtergrondinformatie). In de vier placebogecontroleerde onderzoeken werden 312 schizofreniepatiënten met voornamelijk negatieve symptomen gedurende 6 tot 26 weken behandeld met een lage dosis amisulpride (50-300mg/dag) en 202 patiënten met placebo. In de vergelijking met de eerstegeneratieantipsychotica werden 14 onderzoeken met 1.071 patiënten in de amisulpride-groep geanalyseerd, en 630 patiënten in de eerstegeneratieantipsychotica-groep.1

Resultaten versus placebo

Amisulpride werd in vier onderzoeken met 514 patiënten vergeleken met placebo. In de amisulpride-groep was significant minder uitval dan in de placebogroep (relatief risico 0,6, 95% betrouwbaarheidsinterval (BI) 0,5 tot 0,8). Dit verschil was groter wanneer werd gekeken naar de uitval door gebrek aan werkzaamheid. Bij de uitval door gebrek aan werkzaamheid was het relatieve risico 0,5 (0,3 tot 0,8) in het voordeel van amisulpride.1

Resultaten versus eerstegeneratieantipsychotica

In de amisulpride-groep was er significant minder uitval dan in de eerstegeneratieantipsychotica-groep (relatief risico 0,8 [95%BI 0,7 tot 0,9, n=1.512]). Bij de uitval door gebrek aan werkzaamheid was het relatieve risico 0,6 (0,5 tot 0,9, n=1.401). De ernst van de schizofreniesymptomen, gemeten met de ‘Brief Psychiatric Rating Scale’ (BPRS , zie Achtergrondinformatie), nam significant meer af in de amisulpride-groep met een gewogen gemiddeld verschil (WMD, http://www.minerva-ebm.be/Results/Glossary/1434) van -4,2 (-6,5 tot -1, n=695). De negatieve symptomen, gemeten met de ‘Positive And Negative Syndrome Scale’ (PANSS, zie Achtergrondinformatie), verminderden significant in de amisulpride-groep ten opzichte van de haloperidolgroep (WMD -2,8 [-4,3 tot -1,3, n=506]).1

Discussie

Deze meta-analyse is van belang omdat deze de enige is waarin ook placebogecontroleerde studies werden besproken. In de meta-analyse kon echter alleen de primaire uitkomstmaat uitval voor alle vier de studies worden berekend. De meeste studies werden uitgevoerd in het ziekenhuis, waar de behandelend arts ook de symptoomschaal heeft gescoord. Dit kan bias veroorzaken. Daarnaast waren er veel uitvallers (35%) in de meestal kortdurende onderzoeken, wat de validiteit en generaliseerbaarheid van de resultaten kan verlagen. Tenslotte kan ook de manier van randomisatie een bron van bias zijn. In 12 van de 19 onderzoeken werd de randomisatiemethode geclassificeerd als ‘onduidelijk’.1

Cochrane-review 2010

In een tweede Cochrane-review werd amisulpride vergeleken met de tweedegeneratieantipsychotica olanzapine  (5 onderzoeken), risperidon (4) en ziprasidon (1).2 De resultaten zijn niet betrouwbaar genoeg om robuuste conclusies te trekken. De redenen daarvoor zijn:

  • Er zijn slechts tien onderzoeken geïncludeerd.
  • De onderzoeken zijn slechts van korte tot middellange duur (6 tot 26 weken).
  • Amisulpride is maar met drie antipsychotica vergeleken.
  • Het risico op selectiebias is onduidelijk bij negen van de tien onderzoeken.
  • Bij alle onderzoeken is er een risico op bias voor de subjectieve uitkomsten, het scoren van de BPRS of PANSS.
  • Het aantal uitvallers is behoorlijk hoog, namelijk 34,7%.
  • Het risico op selectieve rapportage is hoog. Zo ontbreekt bijvoorbeeld informatie over het effect op de prolactinespiegel.

Deze Cochrane-review wordt om deze redenen niet verder besproken.

Netwerk meta-analyse effectiviteit amisulpride

In een netwerk meta-analyse werden 32 antipsychotica direct en indirect vergeleken qua werkzaamheid en belangrijkste bijwerkingen, zodat de volgorde van effectiviteit voor deze antipsychotica kon worden bepaald.3 Voor amisulpride werden 16 onderzoeken in de meta-analyse opgenomen. De auteurs concluderen dat de antipsychotica meer verschillen qua bijwerkingen dan qua werkzaamheid. Uit dit onderzoek komt amisulpride als een van de effectievere antipsychotica naar voren. 

Opzet

In deze netwerk meta-analyse werden 402 placebogecontroleerde of ‘head-to-head’ gerandomiseerde studies geïncludeerd. De totale studieperiode besloeg een periode van 60 jaar en er werden in totaal 53.463 patiënten met schizofrenie, schizofreniforme- of schizoaffectieve stoornis geïncludeerd (gemiddelde ziekteduur: 11,9 jaar). Amisulpride werd onderzocht in 16 studies over een periode van 1985 tot 2016. 12 van de onderzoeken werden dubbelblind uitgevoerd. In zeven onderzoeken werd amisulpride vergeleken met haloperidol, in drie onderzoeken met olanzapine, twee met risperidon, één met perazine, één met flupentixol en twee met diverse andere antipsychotica waaronder ook olanzapine en risperidon. Er werden geen placebogecontroleerde studies met amisulpride ingesloten. De primaire uitkomstmaat was een verandering in de ‘overall’ symptomen, een maat voor de effectiviteit van het antipsychoticum, gemeten met de PANSS, BPRS of een andere gevalideerde schaal.3

Verandering in de symptomen

Uit de resultaten van 218 studies met 40.815 patiënten blijkt dat 26 van de 32 antipsychotica een significante verbetering van de kenmerkende symptomen geven in vergelijking met placebo. Clozapine (270 patiënten) geeft de beste verbetering van de kenmerkende symptomen met een gestandaardiseerd gemiddeld verschil (SMD, www.minerva-ebm.be/Results/Glossary/1432) van -0,89 (95%BI -1,08 tot -0,71). Amisulpride (705 patiënten) volgt daarna met een SMD van -0,73 (-0,89 tot -0,58). Amisulpride behoort tot de antipsychotica die de positieve symptomen (SMD -0,69 [-0,86 tot -0,52]), negatieve symptomen (SMD -0,50 [-0,64 tot -0,37]) en depressieve symptomen (SMD -0,44 [-0,60 tot -0,28]) significant verminderen ten opzichte van placebo.

Amisulpride is rechtstreeks vergeleken met vijf andere antipsychotica: olanzapine (SMD -0,15 [-0,43 tot 0,14]), risperidon (SMD -0,08 [-0,38 tot 0,23]), perazine (SMD -0,58 [-1,42 tot 0,25]), haloperidol (SMD -0,28 [-0,50 tot -0,07]), en flupentixol (SMD -0,48 [-0,91 tot -0,06]). De verschillen waren significant in de vergelijking met haloperidol en flupentixol in het voordeel van amisulpride.3

Discussie

In deze netwerk meta-analyse werden veel oudere onderzoeken geïncludeerd: 10 van de 16 onderzoeken met amisulpride zijn ook in de Cochrane-analyse uit 2010 vertegenwoordigd. Dat resulteert in een grote heterogeniteit van de uitkomsten, omdat de uitvoering van de studies en met name de placeborespons in de jaren veranderd zijn. Ook publicatiebias, lage power van studies met oudere antipsychotica en 75% laag tot zeer laag vertrouwen in de bewijskracht, gemeten met de CINeMA-(confidence in network meta-analysis)-applicatie, verminderen de kracht van de resultaten van deze analyse.3 Echter, een sensitiviteitsanalyse of een aanpassing van de ‘effect modifiers’ (beschreven in een eerder Ge-Bu-artikel over netwerk meta-analyses) verandert de volgorde van effectiviteit van de antipsychotica niet.7

Alle 32 onderzochte antipsychotica verlagen de kenmerkende symptomen van schizofrenie ten opzichte van placebo. Bij 26 antipsychotica, waaronder amisulpride, was het verschil significant. Uit de vaak overlappende betrouwbaarheidsintervallen blijkt dat de onderlinge verschillen tussen de antipsychotica klein en niet significant zijn. Alleen clozapine, amisulpride, olanzapine en risperidon zijn significant meer werkzaam dan de andere antipsychotica. Voor amisulpride is geen placebogecontroleerd onderzoek opgenomen, zodat het bewijs voor de werkzaamheid geheel indirect is verkregen.3

Directe vergelijking amisulpride, aripiprazol en olanzapine

In een zeer recent gepubliceerd onderzoek zijn amisulpride, aripiprazol en olanzapine direct met elkaar vergeleken.4 De auteurs komen tot deze drie geneesmiddelen, omdat deze tot de eerste keuze zouden behoren in de behandeling van schizofrenie. Uit het onderzoek blijkt dat amisulpride, aripiprazol en olanzapine de symptomen van schizofrenie na 52 weken met 50 tot 57% verlagen. De verschillen tussen de drie antipsychotica onderling zijn echter niet statistisch significant.4

Opzet

In dit onderzoek waren 144 patiënten met schizofrenie geïncludeerd en gerandomiseerd naar de drie interventiegroepen. Het behandelend team en de patiënt waren niet geblindeerd, zij hadden de mogelijkheid af te zien van de behandeling met het random toegewezen geneesmiddel op grond van eerder gebleken gebrek aan werkzaamheid of bijwerkingen, of andere redenen. In 24 gevallen werd de patiënt opnieuw gerandomiseerd naar een ander geneesmiddel. Primair werd de verandering van de totale PANSS-score over 52 weken in acht interviews vastgelegd. Deze interviews werden door geblindeerde onderzoekers afgenomen. Secundair werden onder andere de positieve en negatieve PANSS-score vastgelegd, ernstige bijwerkingen geregistreerd en metabole parameters gemeten.4

In dit onderzoek worden de resultaten zowel als ‘intention-to-treat’ als ‘per-protocol’ weergegeven. De intention-to-treatanalyse is gebaseerd op het eerst toegewezen geneesmiddel en de per-protocolanalyse op het feitelijk gebruikte geneesmiddel. Omdat uiteindelijk 16,7% van de patiënten het eerst toegewezen geneesmiddel nooit heeft gebruikt en is overgegaan naar het volgend geneesmiddel, geeft de per-protocolanalyse een beter beeld van de effectiviteit dan de intention-to-treatanalyse. Door de slechtere randomisatie is de kans op selectiebias echter groter. Hieronder worden alleen de resultaten uit de per-protocolanalyse weergegeven.4

Totale PANSS-score

Bij de start van dit onderzoek bedroeg de totale PANSS-score 81,5 (n=52) in de amisulpride-groep, 77,1 (n=51) in de aripiprazol-groep en 76,2 (n=41) in de olanzapine-groep. Na 52 weken is de totale PANSS-score respectievelijk gedaald met 29,1, 23,5 en 24,6 (het onderzoek vermeldt geen betrouwbaarheidsintervallen). De daling van de totale PANSS-score is niet significant verschillend tussen aripiprazol en amisulpride, en olanzapine en amisulpride. De resultaten van de 59 patiënten die de volle 52 weken hebben volbracht, zijn vergelijkbaar.4

Secundaire uitkomstmaten

De positieve PANSS-score daalde met 10,6 in de amisulpride-groep, met 10,3 in de aripiprazol-groep en met 8,2 in de olanzapine-groep (uitgangswaarden resp. 21,7, 21,5 en 20,3). De negatieve PANSS-score daalde met 4,4 in de amisulpride-groep, met 2,2 in de aripiprazol-groep en met 4,3 in de olanzapine-groep (uitgangswaarden resp. 18,5, 17,2 en 17,8). De daling van de positieve en negatieve PANSS-score was niet significant verschillend tussen de drie groepen.4

Discussie

Uit de per-protocolanalyse van de resultaten blijkt dat de symptomen van schizofrenie, gemeten met de PANSS, in alle drie behandelgroepen na 52 weken zijn afgenomen. De afname is niet significant verschillend tussen de drie groepen. De uitgangswaarde van 76,2 tot 81,5 (matige vorm van schizofrenie) is gedaald naar 51,6 tot 53,6 (milde of lichtere vorm van schizofrenie). De daling bedraagt 50 tot 57%. De positieve symptomen dalen met 62 tot 72%, de negatieve met 22 tot 40%. De verschillen tussen de drie behandelgroepen zijn niet significant. 

De auteurs van dit artikel stellen dat amisulpride werkzamer is dan aripiprazol en olanzapine, maar zij baseren zich op de intention-to-treatanalyse.4 In de per-protocolanalyse, die in dit onderzoek de werkelijk vanaf het begin gebruikte geneesmiddelen weergeven, blijken deze drie niet significant te verschillen in werkzaamheid. 
Dit onderzoek kent meer beperkingen:

  • De behandelend arts en zijn team, en de patiënt zijn niet geblindeerd, de onderzoeker die de gegevens verzamelt, wel. Doordat allen in één team werken, kan deze blindering (per ongeluk) verbroken zijn, wat tot bias kan leiden.
  • Er is geen placebo meegenomen in de studie. Dat kan een verklaring zijn voor de grote daling van de PANSS, een fenomeen dat vaker voorkomt in pragmatische onderzoeken.8
  • Het percentage uitvallers bedraagt 59%. Dit is hoog, maar niet ongebruikelijk bij onderzoeken met antipsychotica. In de powerberekening is hier rekening mee gehouden.

Bijwerkingen komen bij de antipsychotica vaker voor dan bij placebo. Dat kan leiden tot een verminderde therapietrouw, en dat is een groot probleem bij deze middelen, die vaak (levens)lang gebruikt moeten worden. Het gebruik van amisulpride leidt tot een matigere toename van het gewicht, extrapiramidale bijwerkingen en sedatie, maar een hogere prolactinespiegel en QT-tijdverlenging in vergelijking met de andere antipsychotica. De interpretatie van de metingen van prolactine is echter lastig, omdat er een grote variatie is in de prolactinespiegel tussen mannen en vrouwen, er verschillende meetmethodes worden gebruikt door verschillende laboratoria en schommelingen in de prolactinespiegel kunnen voorkomen bij de start van de studie en als gevolg van eerder antipsychoticagebruik. Gevolgen van hoge prolactinespiegels zijn onder meer melkafscheiding uit borsten, menstruatiestoornissen, hoofdpijn, visuele stoornissen en libidoverlaging.3

De belangstelling voor de metabole bijwerkingen is de laatste jaren toegenomen, zoals ook blijkt uit de recente netwerk meta-analyse van de bijwerkingen van antipsychotica.5 De met antipsychotica geassocieerde gewichtstoename en verhoogde lipide- en glucosespiegels kunnen bijdragen aan het ontwikkelen van het metabole syndroom, dat bij patiënten met schizofrenie een prevalentie van 69% heeft en leidt tot een 10 tot 20 jaar kortere levensverwachting. Omdat patiënten met schizofrenie vaak al een verslechterde lipide- en glucoseregulatie hebben, is het extra van belang hen metabool te monitoren na het starten van de therapie met een antipsychoticum.

Cochrane-meta-analyse 2002

De eerder besproken Cochrane-meta-analyse uit 2002 onderzocht ook de bijwerkingen van amisulpride.1 Er werd een klein maar significant verschil gevonden op de secundaire uitkomstmaat ‘ten minste één bijwerking’. De uitkomst ‘tenminste één bijwerking’ werd significant minder gevonden in de amisulpride-groep (relatief risico 0,9 [95%BI 0,8 tot 0,97, n=751]) dan in de eerstegeneratieantipsychotica-groep.1

Netwerk meta-analyse naar bijwerkingen

In de eerder genoemde netwerk meta-analyse werden naast de effectiviteit ook de bijwerkingen onderzocht.3 Dit was een secundaire uitkomstmaat. Uit 116 studies met 28.317 patiënten blijkt dat 12 van de 26 antipsychotica een significante gewichtstoename ten opzichte van placebo veroorzaken. Het gemiddeld verschil (MD) bij amisulpride bedroeg 0,84 kg (95%BI 0,14 tot 1,53), een klein, maar significant verschil.

Extrapiramidale bijwerkingen kwamen significant vaker voor bij 21 van de 32 antipsychotica in vergelijking met placebo. In de amisulpride-groep werden niet vaker middelen tegen Parkinson gebruikt (relatief risico 1,46 [95%BI 0,96 tot 2,04]), maar acathisie kwam wel significant vaker voor (relatief risico 2,50 [1,21 tot 4,34) in vergelijking met placebo.

Een significant verhoogde prolactinespiegel is gevonden bij 8 van de 21 onderzochte antipsychotica. Bij amisulpride is de MD 26,87 ng/ml (15,63 tot 38,19).

De QT-tijdverlenging is slechts bij 14 antipsychotica onderzocht. Amisulpride geeft een significante en klinisch relevante QT-tijdverlenging ten opzichte van placebo (MD 14,10 ms [7,71 tot 20,45]).

Er is enig bewijs dat de meeste antipsychotica sedatie veroorzaken, maar bij 18 van de 32 komt dit niet significant vaker voor. Het relatieve risico voor amisulpride is 1,56 (0,91 tot 2,23), een niet-significant verschil.

Tot slot is het voorkomen van ten minste één anticholinerge bijwerking onderzocht. Deze bijwerking kan beïnvloed zijn door het gebruik van geneesmiddelen tegen Parkinson, die ook anticholinerge bijwerkingen kunnen geven. Bij amisulpride komt deze bijwerking niet significant vaker voor dan bij placebo (relatief risico 1,53 [0,75 tot 2,66]).3

Netwerk meta-analyse naar metabole bijwerkingen

In een recente netwerk meta-analyse van 100 studies met 25.952 patiënten zijn 18 antipsychotica onderzocht.5 Het doel was drieledig: 

  1. vergelijken van de metabole disregulatie (verandering in nuchter glucose, totaal cholesterol, LDL, HDL en triglyceridenspiegel) en verandering van gewicht en BMI, 
  2. voorspellen van de fysiologische en demografische factoren die van invloed zijn op de metabole disregulatie, 
  3. onderzoeken van het verband tussen verandering van de symptomen en metabole parameters door de behandeling met antipsychotica.

Amisulpride heeft in deze netwerk meta-analyse geen significant effect op het lichaamsgewicht (MD 0,66 kg [95%BI -0,23 tot 1,56]), totaal cholesterol (MD 0,21 mmol/l [-0,36 tot 0,78]), HDL cholesterol (MD -0,10 mmol/l [-0,33 tot 0,14]), triglyceriden (MD 0,09 mmol/l [-0,50 tot 0,68]) en nuchtere glucose (MD -0,46 mmol/l [-1,38 tot 0,47]). De betrouwbaarheid van het bewijs is laag tot erg laag, amisulpride is in slechts vijf studies onderzocht. Clozapine en olanzapine verhogen bijna alle parameters het meest. 

Een al bestaand verhoogd gewicht, hogere leeftijd, mannelijk geslacht en niet-blanke etniciteit verhogen de kwetsbaarheid voor metabole disregulatie door antipsychoticagebruik.5

Recent gerandomiseerd onderzoek

Het eerder genoemde recente gerandomiseerde onderzoek vindt weinig verschil in bijwerkingen tussen amisulpride, aripiprazol en olanzapine.4 Bijwerkingen was in dit onderzoek een secundaire uitkomstmaat.

Het lichaamsgewicht na 52 weken was toegenomen in alle drie de geneesmiddelgroepen (gemiddeld 6,8 kg over de drie groepen) evenals de BMI (2,2 kg/m2), maar de verschillen tussen de drie geneesmiddelgroepen waren niet significant. Er werd na 52 weken in geen van de drie groepen een verschil in QT-tijd gevonden. De prolactinespiegel steeg met 435,6 mE/l in de amisulpride-groep, met 54,3 in de aripiprazol-groep en met 17,1 in de olanzapine-groep. De stijging in de amisulpride-groep was significant hoger dan in de aripiprazol-groep (p=0,014) en de olanzapine-groep (p=0,001).

Opvallend is dat in alle drie de groepen het gewicht stijgt, maar de QT-tijd niet verandert. Dit is anders dan in eerdere onderzoeken is aangetoond. De significant hogere stijging van de prolactinespiegel in de amisulpride-groep is wel eerder aangetoond.4


 In de vigerende multidisciplinaire richtlijn schizofrenie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) uit 2012 wordt geconcludeerd dat er geen klinisch belangrijke verschillen in werkzaamheid zijn aangetoond voor de verschillende antipsychotica, met uitzondering van clozapine en olanzapine.9 Deze twee geneesmiddelen scoren beter op de positieve symptomen, en samen met amisulpride ook op de negatieve symptomen. Ook de werkzaamheid in de praktijk is vergelijkbaar, alleen clozapine scoort beter.

Stappenplan voor de behandeling van schizofrenie

De multidisciplinaire richtlijn van de NVvP geeft een stappenplan voor de behandeling met antipsychotica.9 In werkzaamheid of effectiviteit zijn er geen klinisch belangrijke verschillen tussen de verschillende antipsychotica, behalve voor clozapine. Wat betreft de bijwerkingen zijn de onderlinge verschillen groter. In de richtlijn wordt geen eerste keuze antipsychoticum aanbevolen, de keuze moet door de arts in samenspraak met de patiënt en zijn naasten worden gemaakt op grond van de te verwachten bijwerkingen, subjectief welbevinden en acceptatie van de behandeling door de patiënt.

Bijwerkingen

Volgens de multidisciplinaire richtlijn van de NVvP verschillen de antipsychotica onderling wel sterk in het aantal bijwerkingen:9

  • acute bewegingsstoornissen: dystonie, acathisie, parkinsonisme (meest bij haloperidol, minst bij clozapine, olanzapine en risperidon)
  • tardieve bewegingsstoornissen: dyskinesie, dystonie, acathisie (meest bij clozapine, 10%) 
  • metabole stoornissen (meest bij clozapine en olanzapine, minst bij aripiprazol )
  • seksuele stoornissen (40% bij risperidon, 25-40% bij haloperidol, 10-25% bij clozapine, olanzapine en quetiapine, nauwelijks bij aripiprazol)
  • cardiale bijwerkingen: plotselinge hartdood door QT-tijdverlenging (dosisafhankelijk bij alle antipsychotica, meest ernstig bij sertindol)

Naast de hierboven beschreven bijwerkingen, komen bij clozapine ook agranulocytose (1%), orthostatische hypotensie, speekselvloed, sedatie en verhoogde mortaliteit voor, waardoor het ondanks een superieure werkzaamheid, geen eerste keuze antipsychoticum is.9


Amisulpride 

Amisulpride is al sinds 1986 op de wereldwijde markt6, maar in Nederland pas per 1 november 2019 geregistreerd onder de merknaam Aktiprol®. De officiële registratietekst met betrekking tot de indicatie luidt: 

“Aktiprol® is geïndiceerd voor de behandeling van acute en chronische schizofrene stoornissen met:

  • positieve symptomen (zoals wanen, hallucinaties, denkstoornissen, vijandigheid en paranoïde wanen).
  • negatieve symptomen (zoals afgevlakt affect, emotionele en sociale terugtrekking).

Aktiprol houdt ook secundaire negatieve symptomen als ook stemmingsstoornissen zoals depressie onder controle”.10

Hogere prijs

Amisulpride wordt volledig vergoed, maar heeft een veel hogere prijs dan de overige (generieke) antipsychotica. De inkoopprijs (excl. btw, prijs januari 2021) voor Aktiprol voor een behandelduur van 30 dagen is € 118,89. Voor Zyprexa® (olanzapine) is dit bijvoorbeeld € 29,27 en de prijs voor het merkloze olanzapine varieert van € 1,20 tot € 3,03.11

Werkingsmechanisme

Amisulpride is een benzamidederivaat, net als sulpiride, met een hoge affiniteit en selectiviteit voor de D2-receptor in het limbische systeem in de hersenen. Het heeft geen affiniteit voor de D1-, D4- en D5-receptor en weinig affiniteit voor de adrenerge, serotonerge, histaminerge en cholinerge receptoren.10,12 In lage doses (50-300mg/dag) blokkeert amisulpride de presynaptische D2- en D3-receptoren, zodat het vrijkomende dopamine de negatieve symptomen kan verminderen. In hoge doses (600-1200mg/dag) blokkeert het de postsynaptische D2- en D3-receptoren, waardoor de positieve symptomen worden onderdrukt. Dit receptorprofiel verklaart mogelijk ook het milde bijwerkingenpatroon en de minder vaak optredende metabole en extrapiramidale bijwerkingen van amisulpride ten opzichte van veel andere antipsychotica.

Farmacokinetiek

De biologische beschikbaarheid van amisulpride is ongeveer 50%. Na orale inname zijn er twee absorptiepieken, na 1 en 4 uur. Het distributievolume bedraagt 5,8 l/kg en de plasmaproteïnebinding 17%. Amisulpride wordt voor 4% omgezet tot twee inactieve metabolieten en wordt verder onveranderd geëlimineerd in de urine. De renale klaring is ongeveer 20 l/u en de eliminatiehalfwaardetijd bedraagt ongeveer 12 uur.10,12

Schizofrenie 

De wereldwijde prevalentie van schizofrenie wordt geschat op 0,3 tot 1% en de incidentie op 0,8 tot 4,3 per 10.000 personen. Mannen van 16 tot 35 jaar en migranten uit Suriname, Nederlandse Antillen of Marokko lopen een hoger risico op het ontwikkelen van schizofrenie.9

De diagnose wordt meestal gesteld met behulp van de criteria van de ‘Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders’ uit 2013 (DSM-5). Deze zijn iets gewijzigd ten opzichte van die van DSM-IV, waar in de vigerende richtlijn naar verwezen wordt.9,13 Kort samengevat hebben personen met schizofrenie tenminste twee van de kenmerkende symptomen: wanen, hallucinaties, (beide positieve symptomen), gedesorganiseerde spraak, ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag of negatieve symptomen (vervlakking van het gevoelsleven, gedachte- of spraakarmoede, apathie, sociale teruggetrokkenheid), waarvan tenminste één van de eerste drie, gedurende een significante tijdsduur in een periode van 1 maand. Zij disfunctioneren sociaal en/of beroepsmatig en de totale duur is tenminste 6 maanden.13

Uitvoeren van onderzoek bij schizofrenie

Bij het uitvoeren van gedegen onderzoek naar de werking van antipsychotica doen zich problemen voor, die niet of in mindere mate voorkomen bij het onderzoek naar somatische aandoeningen:14

  • Preklinische modellen, die het effect van nieuwe stoffen op het centraal zenuwstelsel kunnen voorspellen, ontbreken.
  • Objectieve criteria voor het vaststellen en bepalen van de ernst van schizofrenie ontbreken. 
  • Onderzoekers kunnen subjectieve inschattingsfouten maken bij het scoren van parameters tijdens observatie of interview.
  • Onderzoeken zijn gemiddeld 100 miljoen euro duurder, duren ongeveer 2 jaar langer en geven 50% minder kans op slagen, reden voor de farmaceutische industrie zich van deze onderzoeken terug te trekken.
  • De placeborespons is de laatste jaren toegenomen, waardoor onderzoeken met geneesmiddelen eerder falen.
  • De uitval van patiënten is vaak erg hoog, soms > 50%, waardoor de power van het onderzoek daalt.

In een proefschrift wordt gesteld dat de placeborespons, ook na 25 jaar zoeken naar factoren die hier aan bijdragen, onvoorspelbaar blijft, net als de welwillendheid van schizofreniepatiënten om mee te doen of te stoppen met het onderzoek.14 Ook in een tweede proefschrift wordt aangegeven dat juist de heterogeniteit van de schizofreniepatiënten grote uitdagingen met zich mee brengt bij het opzetten en uitvoeren van studies en de interpretatie van de resultaten.15

Uitkomstmaten bij schizofrenie

Uitval als uitkomstmaat

Het meten van een effect van een antipsychoticum in onderzoek is een uitdaging, omdat objectieve criteria voor het vaststellen en bepalen van de ernst van schizofrenie ontbreken. De onderzoeker kan in zijn observatie of interview met de patiënt subjectieve inschattingsfouten maken. Uitval van patiënten door onvoldoende respons, bijwerkingen of niet meer op komen dagen (lost to follow-up) laat zich dan gemakkelijker definiëren. Dit wordt gezien als een objectieve maat voor non-respons, en de overige patiënten in de groep worden dan als ‘responders’ beschouwd, waarbij de behandeling aanslaat. Ook het intrekken van de toestemming door patiënten gebeurt vaak in verband met het onvoorspelbare gedrag van schizofreniepatiënten.14

Positive and Negative Syndrome Scale (PANSS) en symptomatische remissie

De PANSS is een gestructureerd interview om de ernst van de symptomen bij schizofrenie te bepalen. Er zijn drie schalen, de positieve symptomen en de negatieve symptomen, die elk uit zeven onderdelen bestaan, en de algemene psychopathologische schaal, die uit 16 onderdelen bestaat. Elk item wordt van 1 (afwezig) tot 7 (extreem) beoordeeld. Een score van 55 tot 62 wordt als mild, 71 tot 78 als matig, 88 tot 96 als duidelijk en 105 tot 118 als ernstig schizofreen beschouwd. In onderzoek wordt een 50% daling (soms minder) van de PANSS-score als een goede maat voor de respons beschouwd. Afgesproken is van symptomatische remissie te spreken als alle acht kernsymptomen (waanvoorstellingen, conceptuele desorganisatie, hallucinaties, afgestompt gevoel, passieve/apathische sociale teruggetrokkenheid, gebrek aan spontaniteit en conversabiliteit, maniërisme en poses en ongewone gedachte-inhoud) van schizofrenie 3 of minder scoren. Symptomatische remissie is een stap op weg naar herstel.16,17,18

Brief Psychiatric Rating Scale (BPRS)

De BPRS is een van de oudste schalen, en meet de ernst van psychiatrische symptomen met behulp van een gestructureerd interview. Oorspronkelijk waren er 16 items, later 18, nu worden 24 items gescoord van 1 (afwezig) tot 7 (extreem). Op de BPRS 18 items schaal is een score van 30 tot 36 mild, 40 tot 45 matig, 52 tot 55 duidelijk en 64 tot 70 ernstig schizofreen. De positieve BPRS-schaal omvat vier items (achterdocht, inhoudelijke denkstoornissen, hallucinaties, conceptuele desorganisatie), de negatieve BPRS-schaal drie (motorische retardatie, affectvlakheid, emotionele terugtrekking).19,18

Details beschreven onderzoek 

Silveira et al 2002 1
Soort onderzoek: systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse
Financiering: Federale universiteit van Pelotas, Brazilië 
Belangenverstrengeling: door geen van de 3 auteurs gemeld
Uitkomstmaat: werkzaamheid en bijwerkingen van amisulpride
Insluitingscriteria: gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken met amisulpride vs. placebo of ander antipsychoticum
Aantal geanalyseerde onderzoeken: 19, met een studieduur van 3 tot 52 weken, van 1985 tot 2000
Aantal patiënten: 2.443, gemiddeld 36 jaar, 64% man
Huhn et al 2019 3 
Soort onderzoek: systematisch literatuuronderzoek en netwerk meta-analyse
Financiering: National Institute for Health Research en Duitse ministerie van Onderwijs en Onderzoek 
Belangenverstrengeling: gemeld door 3 van de 13 auteurs
Primaire uitkomstmaat: verandering in overall symptomen, gemeten met de PANSS, BPRS of andere schaal
Belangrijkste secundaire uitkomstmaat: bijwerkingen: extrapiramidale bijwerkingen, acathisie, gewichtstoename, prolactinespiegelstijging, sedatie, QT-tijdverlenging en anticholinerge bijwerkingen
Insluitingscriteria: placebogecontroleerd of ‘head-to-head’ gerandomiseerde open (voor objectieve uitkomstmaten) of dubbelblinde onderzoeken bij volwassenen met acute symptomen van schizofrenie, schizofreniforme- of schizoaffectieve stoornis
Uitsluitingscriteria: onderzoeken bij patiënten met een eerste episode, voornamelijk negatieve of depressieve symptomen, comorbiditeit of een resistente vorm van schizofrenie of bij stabiele patiënten ter voorkoming van een recidief
Aantal geanalyseerde onderzoeken: 402, met een studieduur van 3-13 weken, tot 8 januari 2019
Aantal patiënten: 53.463
Registratie: Prospero-nummer CRD42014014919
Johnsen et al 2020 4
Onderzoeksnaam: BeStInTro: eerste letters van de plaats van de onderzoekscentra in Bergen, Stavanger, Innsbruck en Trondheim, in Noorwegen en Oostenrijk.
Opzet: pragmatisch, enkel-blind, semi-gerandomiseerd onderzoek,
Primair(e) eindpunt(en) en looptijd: verandering van de PANSS totale score over 52 weken
Beoogd patiëntenaantal en power: uitgevoerd in R (www.R-project.org): 90% power, 10% uitval per maand en 95% betrouwbaarheid om klinisch significante verschillen in PANSS totale score aan te tonen leidt tot 43 patiënten per groep 
Randomisatie: semi-gerandomiseerd, indien eerst toegewezen geneesmiddel eerder niet werkzaam was of bijwerkingen gaf: opnieuw gerandomiseerd
Blindering: de behandeling was alleen geblindeerd voor de onderzoekers
Geanalyseerde populatie: intention-to-treat en per-protocol
Aantal ingesloten patiënten: 144, 65% man, gemiddeld 31,7 jaar oud en 5,2 jaar lijdend aan schizofrenie
Trialregistratie: NCT01446328
Financiering: The Research Council of Norway, the Western Norway regional health trust, deelnemende ziekenhuizen en universiteiten, belangenverstrengeling gemeld door 1 van de 21 auteurs
Pillinger et al 2020 5
Soort onderzoek: systematisch literatuuronderzoek en netwerk meta-analyse
Financiering: UK Medical Research Council, Wellcome Trust, National institute for health research, Oxford health biomedical research centre
Belangenverstrengeling: gemeld door 1 van de 11 auteurs
Primaire uitkomstmaat: verandering van lichaamsgewicht en BMI, en metabole parameters: nuchter glucose, totaal cholesterol, LDL, HDL en triglyceriden
Insluitingscriteria: gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken met antipsychotica geregistreerd voor de behandeling van schizofrenie, bij patiënten met een acute exacerbatie 
Aantal geanalyseerde onderzoeken: 100, met een studieduur van 2-13 weken, tot 30 juni 2019
Aantal patiënten: 25.952, gemiddeld 35 jaar oud, 57,5% man
Registratie: Prospero-nummer CRD42019125322

  1. Silveira da Mota Neto JI, Soares BG, Silva de Lima M. Amisulpride for schizophrenia. Cochrane Database Syst Rev. 2002;2002(2):CD001357. doi: 10.1002/14651858.CD001357. 
  2. Komossa K, Rummel-Kluge C, Hunger H, Schmid F, Schwarz S, Silveira da Mota Neto JI, et al. Amisulpride versus other atypical antipsychotics for schizophrenia. Cochrane Database Syst Rev. 2010 Jan 20;(1):CD006624. doi: 10.1002/14651858.CD006624.pub2.
  3. Huhn M, Nikolakopoulou A, Schneider-Thoma J, Krause M, Samara M, Peter N, et al. Comparative efficacy and tolerability of 32 oral antipsychotics for the acute treatment of adults with multi-episode schizophrenia: a systematic review and network meta-analysis. Lancet. 2019 Sep 14;394(10202):939-951. doi: 10.1016/S0140-6736(19)31135-3
  4. Johnsen E, Kroken RA, Løberg EM, Rettenbacher M, Joa I, Larsen TK, et al. Amisulpride, aripiprazole, and olanzapine in patients with schizophrenia-spectrum disorders (BeSt InTro): a pragmatic, rater-blind, semi-randomised trial. Lancet Psychiatry. 2020 Nov;7(11):945-954. doi: 10.1016/S2215-0366(20)30341-2.
  5. Pillinger T, McCutcheon RA, Vano L, Mizuno Y, Arumuham A, Hindley G, et al. Comparative effects of 18 antipsychotics on metabolic function in patients with schizophrenia, predictors of metabolic dysregulation, and association with psychopathology: a systematic review and network meta-analysis. Lancet Psychiatry. 2020 Jan;7(1):64-77. doi: 10.1016/S2215-0366(19)30416-X.
  6. Informatorium Medicamentorum. Den Haag: KNMP, 2020. Via: https://www.knmp.nl/producten/knmp-kennisbank.
  7. Stolk LM. Netwerk meta-analyse van geneesmiddelen. Gebu. 2020;54(8):89-95.
  8. Kahn RS, Fleischhacker WW, Boter H, Davidson M, Vergouwe Y, Keet IP, et al. EUFEST study group. Effectiveness of antipsychotic drugs in first-episode schizophrenia and schizophreniform disorder: an open randomised clinical trial. Lancet. 2008 Mar 29;371(9618):1085-97. doi: 10.1016/S0140-6736(08)60486-9.
  9. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Multidisciplinaire richtlijn schizofrenie. 2012.
  10. CBG-MEB Geneesmiddeleninformatiebank. Samenvatting van de productkenmerken. Via: https://www.geneesmiddeleninformatiebank.nl/smpc/h122730_smpc.pdf.
  11. KNMP. G-Standaard januari 2021. 
  12. McKeage K, Plosker GL. Amisulpride: a review of its use in the management of schizophrenia. CNS Drugs. 2004;18(13):933-56. doi: 10.2165/00023210-200418130-00007.
  13. Tan N, van Os J. Schizofreniespectrum en andere psychotische stoornissen in de DSM-5 [The schizophrenia spectrum and other psychotic disorders in the DSM-5]. Tijdschr Psychiatr. 2014;56(3):167-72. Dutch. PMID: 24643825.
  14. Schoemaker J.. Methods for efficient drug development in neuropsychiatric diseases. Academisch proefschrift 2018. https://research.tilburguniversity.edu/en/publications/methods-for-efficient-drug-development-in-neuropsychiatric-diseas.
  15. Matilla TK. Bridging from drug registration trials to meaningful clinical evidence: the case of schizophrenia. Academisch proefschrift 2016. https://hdl.handle.net/11245/1.536192.
  16. van Os J, Kahn R. Remissiecriteria voor de diagnose schizofrenie [Remission criteria in schizophrenia]. Tijdschr Psychiatr. 2007;49(1):21-6. Dutch. PMID: 17225202.
  17. Andreasen NC, Carpenter WT Jr, Kane JM, Lasser RA, Marder SR, Weinberger DR. Remission in schizophrenia: proposed criteria and rationale for consensus. Am J Psychiatry. 2005 Mar;162(3):441-9. doi: 10.1176/appi.ajp.162.3.441.
  18. Leucht S. Measurements of response, remission, and recovery in schizophrenia and examples for their clinical application. J Clin Psychiatry. 2014;75 Suppl 1:8-14. doi: 10.4088/JCP.13049su1c.02.
  19. Overall JE, Gorham DR. The brief psychiatric rating scale. Psychological Reports 1962;10(3):799-812. https://doi.org/10.2466/pr0.1962.10.3.799.

Auteurs

  • Erik P Schwarz, apotheker n.p.