Acute pancreatitis bij gebruik mesalazine

Sulfasalazine is in het verleden meerdere keren in verband gebracht met het ontstaan van pancreatitis. Omdat het middel veel wordt gebruikt, maar deze bijwerking weinig werd gerapporteerd, lijkt het zelden op te treden. Inmiddels is gebleken dat ook bij de aan salicylzuur verwante verbindingen olsalazine en mesalazine pancreatitis kan optreden. De Sectie Geneesmiddelenbewaking ontving in de afgelopen jaren een drietal van dergelijke meldingen bij het gebruik van mesalazine. Het betrof drie patiënten met de ziekte van Crohn, twee vrouwen van 26 en 31 jaar en een man van 36 jaar, die allen mesalazine 3 g/dag gebruikten. Zij kregen twee weken tot twee maanden na het begin van de behandeling een aanval van acute pancreatitis. Alle patiënten herstelden volledig na het staken van mesalazine zonder verdere behandeling. Geen van de patiënten was bekend met alcoholmisbruik of galsteenlijden.
De tijdsrelatie tussen de start van mesalazine en het ontstaan van de klachten, het herstel na het staken van het geneesmiddel en het ontbreken van aanwijzingen voor andere bekende oorzaken van acute pancreatitis vormen een ondersteuning voor een samenhang tussen mesalazinegebruik en acute pancreatitis.

De incidentie van deze pancreatitis in samenhang met mesalazine wordt geschat op ongeveer 1 per 1.000 persoonsjaren. Bij acute buikpijn, rugpijn, misselijkheid of braken dient men daarom, naast de mogelijkheid van een verergering van de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa, rekening te houden met een mogelijke pancreatitis, vooral wanneer deze verschijnselen optreden binnen enkele weken na het starten met sulfasalazine, olsalazine of mesalazine.