Aclidinium

In deze rubriek worden geneesmiddelen besproken, kort nadat ze in de handel zijn gebracht, of als er sprake is van een uitbreiding van de indicatie. De plaatsbepaling kan meestal slechts voorlopig zijn, omdat nog relatief weinig bekend is over de werkzaamheid en bijwerkingen. Wanneer nieuwe gegevens daartoe aanleiding geven, komen wij op de eerste bespreking terug. In Gebu 2010; 44: 61-64 is de betekenis van de pilwaarderingen nader toegelicht.
De prijzen zijn berekend aan de hand van de G-Standaard van de Z-Index (via KNMP Kennisbank online) van april 2013, vergoedingsprijzen excl. BTW (€), tenzij anders wordt vermeld.

Pilwaarderingen

Eklira Genuair® (Almiral)
Inhalatiepoeder 322 µg per dosis
onderhoudsbehandeling COPD

Aclidinium (Eklira Genuair®) is geregistreerd voor de ’onderhoudsbehandeling voor bronchodilatatie voor de verlichting van symptomen van chronische obstructieve longziekte (COPD) bij volwassenen’.1 Een dosis bevat 400 µg aclidiniumbromide (Eklira®) en bij inhalatie verlaat 322 µg aclidinium het mondstuk van de inhalator (Genuair®).1 Hieronder wordt de term aclidinium gehanteerd, hetgeen verwijst naar aclidiniumbromide.

Werkingsmechanisme. Aclidinium is een competitieve en selectieve muscarinereceptorantagonist (een parasympathicolyticum). Het bronchodilatoire effect berust voornamelijk op een lokale werking op de bronchiale gladde musculatuur.2 Het middel is langwerkend en wordt tweemaal daags toegediend.

Klinisch onderzoek. Hier worden de twee gerandomiseerde dubbelblinde en placebogecontroleerde onderzoeken van aclidinium besproken die ten tijde van de registratie waren gepubliceerd.3 4 Een onderzoek waarin alleen de dosering van 200 µg aclidiniumbromide (= 172 µg aclidinium) is onderzocht, blijft buiten beschouwing.5 Er is geen onderzoek gepubliceerd waarin aclidinium is vergeleken met andere parasympathicolytica, zoals ipratropium (merkloos, Atrovent®) of tiotropium (Spiriva®).
In het eerste Europese onderzoek werden 828 patiënten met matig-ernstige tot ernstige COPD gerandomiseerd naar één van twee doseringen aclidinium (2 dd 200 of 400 µg) of naar placebo.3 Het betrof poliklinische patiënten, ouder dan 40 jaar, met een geforceerd expiratoir volume in één seconde (FEV1) kleiner dan 80% van de voorspelde waarde. De patiënten hadden volgens de indeling van het ’Global Initiative for Chronic Obstructive Lung Disease’ (GOLD) een matig-ernstige (stadium II: FEV1 50-80%) vorm van COPD (32%) of een ernstige vorm (stadium III: FEV1 30-50% van de voorspelde waarde) (68%). Het primaire eindpunt na 24 weken was de verandering in prebronchodilatoire FEV1 en die was met beide doseringen aclidinium significant toegenomen in vergelijking met placebo (resp. 99 en 128 ml). Er was geen significant verschil in het aantal exacerbaties tussen aclidinium 400 µg en placebo, maar dit was geen primair eindpunt.
In het tweede Amerikaanse onderzoek werden 561 patiënten met matig-ernstige tot ernstige COPD gerandomiseerd naar één van twee doseringen aclidinium (2 dd 200 of 400 µg) of naar placebo.4 Ook hier ging het om poliklinische patiënten, ouder dan 40 jaar, met een FEV1 <80% van de voorspelde waarde. De gemiddelde waarde van de FEV1 bedroeg 47,2% van de voorspelde waarde, een indeling in GOLD-categorieën werd niet gemaakt. Het primaire eindpunt na 12 weken was de verandering in prebronchodilatoire FEV1. Ook hier was de FEV1 significant meer toegenomen dan met placebo (resp. 86 en 124 ml). Er was geen verschil in exacerbaties, een additioneel maar geen primair eindpunt, tussen aclidinium 400 µg en placebo.

Bijwerkingen. Bijwerkingen die vaak (≥1/100, <1>1 Anticholinerge bijwerkingen, zoals droge mond, obstipatie, urineretentie komen weinig voor.2

Contra-indicaties en interacties. Overgevoeligheid voor aclidinium, atropine of de derivaten daarvan, waaronder ipratropium of tiotropium, vormt een contra-indicatie. De gelijktijdige toediening van aclidinium met andere anticholinerge geneesmiddelen is niet onderzocht en wordt niet aanbevolen.1 Voor het overige zijn geen interacties met andere geneesmiddelen bekend.

Gebruik tijdens zwangerschap en borstvoeding. Aclidinium mag tijdens de zwangerschap alleen worden gebruikt indien de verwachte voordelen opwegen tegen de mogelijke risico’s. Het is niet bekend of aclidinium en zijn metabolieten in de moedermelk worden uitgescheiden.

Plaatsbepaling

Het gepubliceerde gerandomiseerde onderzoek met aclidinium toont dat het middel in vergelijking met placebo een toename van de FEV1 geeft van 124 tot 128 ml. Over de vraag of deze verschillen klinisch relevant zijn bestaan geen harde wetenschappelijke gegevens, maar slechts subjectieve oordelen. De ’American Thoracic Society’ en de ’European Respiratory Society’ beschouwen een toename van de FEV1 van ten minste 100 tot 140 ml als klinisch relevant.6 In Gebu 2008; 42: 111-119 is aangegeven dat een toename van ten minste 200 ml als klinisch relevant wordt beschouwd en dat wordt ook hier gehanteerd.7 Er is geen vergelijkend onderzoek gepubliceerd met andere kort- en langwerkende luchtwegverwijders en met name niet met het andere langwerkende anticholinergicum tiotropium, waardoor geen plaatsbepaling kan worden gegeven. Er is voorts geen bewijs dat het middel de prognose verbetert of dat het de exacerbatiefrequentie vermindert. De conclusie is derhalve dat aclidinium een middel is zonder toegevoegde waarde en het gebruik dient dan ook vooralsnog te worden afgeraden.

* ?Defined Daily Dose? (DDD). ** Inhalatiepoeder. *** Aerosol. * ’Defined Daily Dose’ (DDD). ** Inhalatiepoeder. *** Aerosol.

1. Productinformatie aclidinium (Eklira®), via: www.ema.europa.eu, human medicines, EPAR’s.
2. CFH-rapport aclidinium (Eklira/Genuair®), via: www.cvz.nl, CFHrapporten.
3. Jones PW, et al. Efficacy and safety of twice-daily aclidinium bromide in COPD patients: the ATTAIN study. Eur Resp J 2012; 40: 830-836.
4. Kerwin EM, et al. Efficacy and safety of a 12-week treatment with twice daily aclidinium bromide.(ACCORD COPD I). COPD 2012; 9: 90-101.
5. Jones PW, et al. Efficacy and safety of once-daily aclidinium in chronic obstructive pulmonary disease. Respir Res 2011;12: 55.
6. Cazzola M, et al. Outcomes for COPD pharmacological trials: from lung function to to biomarkers. Eur Respir J 2008; 31: 416-469.
7. Pellegrino R, et al. Interpretative strategies for lung function tests. Eur Respir J 2005; 26: 948-968.

Auteurs

  • dr D. Bijl