Hormonale anticonceptie en risico op veneuze trombo-embolie

Op 28 januari 2014 heeft het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) in samenwerking met de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de 25 houders van handelsvergunningen van hormonale gecombineerde anticonceptiva een brief gestuurd aan huisartsen, gynaecologen en (ziekenhuis)apothekers met actuele informatie over het risico op veneuze trombo-embolie (VTE) bij het gebruik van gecombineerde orale anticonceptiva.1 De aanleiding voor het sturen van de brief was de afgeronde Europese herbeoordeling van dit risico.2

De brief bevat de uit de wetenschappelijke literatuur bekende gegevens over het risico op veneuze trombo-embolie van de diverse generaties gecombineerde anticonceptiva. Er wordt aandacht besteed aan de risicofactoren en ook wordt aangegeven dat het risico op VTE hoger is als er sprake is van intrinsieke risicofactoren. Om een vroegere diagnose mogelijk te maken, moet aan alle vrouwen met klachten en symptomen worden gevraagd of zij geneesmiddelen gebruiken en of zij een gecombineerd hormonaal anticonceptivum gebruiken. Voorschrijvers moeten de huidige productinformatie en klinische richtlijnen in aanmerking nemen bij het bespreken van het meest geschikte anticonceptivum voor een vrouw.

In de brief wordt ook aangegeven dat de uitgangswaarden van het risico op VTE op grond van de huidige gegevens zullen worden bijgewerkt in de productinformatie. Dat deze cijfers zijn verhoogd ten opzichte van vroeger is waarschijnlijk te wijten aan verbeteringen in de VTE-diagnose en het melden ervan en een stijging van het aantal gevallen van obesitas in de loop der tijd, zo wordt aangegeven. Rijkelijk laat wordt hiermee ingespeeld op feiten die al jarenlang vaststaan in de wetenschappelijke literatuur maar die kennelijk niet tot actie hebben geleid bij het CBG en de fabrikanten.

Voorschrijvers krijgen ook de boodschap dat zij bedacht moeten zijn op het verschil in risico op trombo-embolie tussen de verschillende generaties gecombineerde anticonceptiva. De gegevens over de verschillen in risico’s van de verschillende generaties worden thans wel erkend: Het risico op VTE is hoger bij de zogenoemde derde- en vierdegeneratie anticonceptiva in vergelijking met die van de tweede generatie. Het Geneesmiddelenbulletin heeft al meerdere malen aangegeven dat gecombineerde anticonceptiva van de tweede generatie het laagste risico op VTE hebben en dat het gecombineerde anticonceptivum met levonorgestrel 150 µg en ethinylestradiol 30 µg (merkloos, Microgynon® 30, Stederil® 30) de standaardanticonceptiepil is (Gebu 2008; 42: 99-105). De brief van het CBG en de fabrikanten vervolgt met deze passage: ’Het risico op VTE is het hoogst tijdens het eerste jaar dat een gecombineerd hormonaal anticonceptivum wordt gebruikt of nadat opnieuw wordt begonnen met een gecombineerd hormonaal anticonceptivum na een onderbreking van vier of meer weken.’ Het CBG en de fabrikanten geven hiermee aan dat vrouwen die willen overstappen naar een anticonceptivum met een lager risico op VTE daarmee hun risico op VTE juist zullen verhogen. In de wetenschappelijke literatuur is geen enkel bewijs voor de veronderstelling dat het overstappen van een anticonceptivum van de derde of vierde generatie naar een tweedegeneratie-anticonceptivum met een hernieuwd verhoogd risico gepaard gaat. Onderbreken van het gebruik van een anticonceptivum gedurende vier weken of langer is bij overstappen niet aan de orde. Met deze brief wordt daarom onnodige verwarring gezaaid bij gebruikers, voorschrijvers en afleveraars.

 

 

 


 

Literatuurreferenties
1.
Brief van 28 januari 2014. College ter Beoordeling van Geneesmiddelen.
2. Benefits of combined hormonal contraceptives (CHCs)
continue to outweigh risks
[document op het internet]. European medicines Agency.?

 

Auteurs

  • dr D. Bijl