Het toegevoegde effect van coffeïne bij acute pijn bij volwassenen

Achtergrond. Om het pijnstillende vermogen van analgetica, zoals acetylsalicylzuur (merkloos, Aspirine®), paracetamol (merkloos, Panadol®) en ibuprofen (merkloos, Brufen®) te vergroten, wordt hieraan soms coffeïne toegevoegd. Er is echter weinig bewijs dat dit tot een grotere werkzaamheid leidt. Onderzoekers wilden weten wat bij acute pijn de relatieve werkzaamheid was van een eenmalige dosis van een analgeticum met en zonder toegevoegd coffeïne. De uitkomsten verschenen recent in de Cochrane-bibliotheek.1

Methode. Gezocht werd naar gerandomiseerde dubbelblinde onderzoeken waarin de werkzaamheid van een eenmalige dosis van een analgeticum met coffeïne werd vergeleken met dezelfde dosis van dat analgeticum zonder coffeïne. Zoekacties werden verricht in elektronische zoekmachines, maar ook werd aan farmaceutische bedrijven gevraagd naar niet-gepubliceerde onderzoeken. Van de diverse gevalideerde pijnuitkomstmaten was men vooral geïnteresseerd in het aantal patiënten dat ten minste 50% pijnafname rapporteerde in de eerste vier tot zes uren na inname van het analgeticum, hetgeen als een klinisch relevant effect kan worden beschouwd. Alleen gegevens over pijn die rechtstreeks aan de patiënten waren gevraagd, werden meegenomen. De uitkomsten werden samengevat in een meta-analyse.

Resultaat. In 19 onderzoeken met in totaal 7.238 volwassen patiënten (58% vrouw), werden valide vergelijkende behandelcondities onderzocht. In de meeste onderzoeken werden paracetamol of ibuprofen onderzocht. De doseringen van coffeïne liepen uiteen van 65 tot 200 mg. Het meest werden onderzocht kiespijn na het trekken van een verstandskies, postpartumpijn en hoofdpijn. Een meta-analyse van de 19 onderzoeken toonde dat analgetica waaraan coffeïne was toegevoegd in een dosering van 100 mg of meer een statistisch significant groter analgetisch effect hadden dan dezelfde analgetica in dezelfde dosering zonder coffeïne. Het effect was onafhankelijk van het type pijn of het gebruikte analgeticum. Van de patiënten rapporteerden een additionele 5 tot 10% een goed niveau van pijnstilling (ten minste 50% afname van de maximale pijn: relatief risico RR 1,12 [95%BI=1,08-1,16]) met de toegevoegde coffeïne in vergelijking met alleen het analgeticum, hetgeen een ’Number Needed to Treat’ (NNT) opleverde van circa 15.
Het bleek dat in de meeste afzonderlijke onderzoeken geen statistisch significante uitkomsten werden gevonden. Ernstige bijwerkingen kwamen overigens niet voor bij het additionele gebruik van coffeïne.
De onderzoekers melden dat zij van circa 20 onderzoeken met in totaal 9.785 patiënten geen gegevens konden krijgen. Maar zelfs als bij al deze patiënten geen sprake zou zijn van een extra analgetisch effect van coffeïne, hetgeen onwaarschijnlijk is, dan nog zou het additionele analgetische effect van coffeïne statistisch significant blijven, maar mogelijk niet meer klinisch relevant.

Conclusie onderzoekers. Het toevoegen van coffeïne in doseringen van 100 mg of meer aan een standaarddosering van veelgebruikte analgetica, geeft een kleine maar belangrijke toename van het percentage patiënten dat een goed niveau van pijnstilling ervaart bij acute pijn.

Plaatsbepaling

Het toevoegen van coffeïne aan analgetica, zoals paracetamol en ibuprofen, leidt tot een toename van het analgetische effect bij acute pijn. Dat effect is matig groot, maar is bij een additionele 5 tot 10% van de patiënten die een analgeticum met coffeïne gebruiken klinisch relevant. De behandeling geeft geen aanleiding tot een toename van ernstige bijwerkingen en is daarom zeer het overwegen waard. In Nederland zijn alleen combinaties van paracetamol en coffeïne in de handel, maar deze bevatten veelal slechts 50 mg coffeïne.
De meeste onderzoeken zijn meer dan 20 tot 30 jaar geleden uitgevoerd, maar de methodologische kwaliteit was over het algemeen goed (4 op een schaal van 1-5). De belangrijkste bias was publicatiebias, maar dit had geen effect op de interpretatie van het effect van coffeïne.



1. Derry CJ, et al. Caffeine as an analgesic adjuvant for acute pain in adults. Cochrane Database Syst Rev 2012: CD009281.

Auteurs

  • dr D. Bijl