Diabetespreventie: heeft enkele jaren leefstijlinterventie in het voorstadium van diabetes mellitus langduriger gevolgen?

Achtergrond. Intensieve leefstijlprogramma’s vertragen het manifest worden van type 2 diabetes mellitus bij daarvoor gepredisponeerde personen. Het is minder duidelijk of zulke programma’s hun preventieve effect ook zullen uitoefenen op de belangrijkere eindpunten cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit en morbiditeit door microangiopathie. Langdurige controle van de deelnemers aan het Amerikaanse ‘Diabetes Prevention Program’ (DPP) zal een en ander aan het licht kunnen brengen, met thans als eerste de melding van het intermediaire eindpunt, het totale aantal nieuwe diabetesgevallen.1 2 Analyse van harde eindpunten zal in de toekomst volgen.

Methode. In het DPP-onderzoek waren 3.234 personen opgenomen met overgewicht en een gestoorde glucosetolerantie, maar nog zonder manifeste diabetes mellitus (‘Body Mass Index’ (BMI) gem. 34 kg/m², plasmaglucoseconcentraties nuchter en twee uur na belasting met 75 g glucose: 5,3-6,9 mmol/l en 7,8-11,1 mmol/l).3 De patiënten werden gerandomiseerd naar één van drie groepen, waarvan twee dubbelblind werden behandeld met metformine 2 dd 850 mg of met placebo naast algemene voorlichting in beide groepen. De derde groep kreeg een intensief leefstijlprogramma met een vetarm dieet en wekelijks 150 minuten flinke inspanning om tenminste 7% gewicht te verliezen. Na 2,8 jaar staakte men het programma wegens een significant verschil in manifest geworden diabetes mellitus: bij intensieve leefstijlinterventie deed zich dat voor bij 14% van de deelnemers, in de metforminegroep bij 22% en in de placebogroep bij 29%. Dat kwam neer op een vermindering van de incidentie met 58% (leefwijze) en met 31% (metformine) vergeleken met placebo. De verschillen waren zowel bij mannen als bij vrouwen en in alle leeftijdsgroepen en etnische groepen aantoonbaar. Om één geval van diabetes mellitus te voorkomen dienen zeven personen gedurende drie jaar een leefstijlprogramma te volgen, terwijl daarvoor 14 personen nodig zijn die metformine gebruiken.3
Na beëindiging van het DPP koos 88% van alle deelnemers na enig tijdsinterval voor een vervolgonderzoek met jarenlange controle, het ‘Diabetes Prevention Program Outcomes Study’ (DPPOS).1 Daarmee wilde men nagaan of de aanvankelijke verschillen tussen de groepen na gemiddeld 5,7 jaar hadden standgehouden. Tijdens deze vervolgperiode kregen alle deelnemers ieder kwartaal groepsgewijs een cursus adviezen over leefstijlen aangeboden, die maar door 14-18% werd gevolgd. Het metforminegebruik werd niet-geblindeerd voortgezet in de betreffende groep. Patiënten met een nieuw ontstane diabetes mellitus met een HbA1c-gehalte >7% kwamen onder behandeling van eigen artsen buiten onderzoeksverband.

Resultaat. Tijdens de DPPOS-vervolgperiode van gemiddeld 5,7 jaar was het aantal nieuwe diabetesgevallen ongeveer gelijk in de drie oorspronkelijke groepen (5,9 per 100 persoonsjaren in de leefstijlgroep, 4,9 in de metforminegroep en 5,6 in de placebogroep).1 Over de hele periode van tien jaar sinds de randomisatie behoudt de leefstijlgroep nog steeds een voorsprong in vermindering van nieuwe diabetes mellitus van 34% in de metforminegroep, vergeleken met 18% in de placebogroep. Zowel in de leefstijlgroep als in de metforminegroep bleef ook het HbA1c-gehalte gemiddeld lager dan in de placebogroep. Het effect van leefstijlinterventie bleef het beste bewaard bij ouderen boven 60 jaar.1

Conclusie onderzoekers. Tijdens de vervolgperiode na het DPP-programma van enkele jaren intensieve leefstijlinterventie, óf metformine óf placebo verdwenen de grote verschillen in incidentie van nieuwe diabetes mellitus tussen de groepen. Over de hele periode gerekend bleef de in het begin bereikte preventieve en vertragende werking ten aanzien van het manifest worden van diabetes mellitus nog tot tien jaar later aantoonbaar.

Plaatsbepaling

Het DPPOS-onderzoek lijkt het vroegtijdig inzetten van interventies gericht op het voorkomen van manifest worden van diabetes mellitus type 2 bij personen met een voorstadium van diabetes mellitus te ondersteunen. Het definitieve bewijs ten aanzien van vermindering van klinisch relevante ziekte-uitkomsten moet worden afgewacht. De hier toegepaste leefstijlprogramma´s zijn ook in Nederland in vele vormen beschikbaar. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft er een compleet overzicht van gemaakt met gegevens over inhoud, bereik en effectiviteit.4 Type 2 diabetes mellitus lijkt ten dele een te voorkómen oorzaak van ziekte en sterfte.



1. Diabetes Prevention Program Research Group. 10-year follow-up of diabetes incidence and weight loss in the Diabetes Prevention Program Outcomes Study. Lancet 2009; 374: 1677-1686.
2. Misra A. Prevention of type 2 diabetes: the long and winding road. Lancet 2009; 374: 1655-1656.
3. The Diabetes Prevention Program Research Group. Reduction in the incidence of type 2 diabetes with lifestyle intervention or metformin. N Engl J Med 2002; 346: 393-403.
4. Hamburg-van Reenen HH, et al. Diabetesinterventies in kaart. RIVM rapport 260322003. [Document op het internet, geraadpleegd op 25-1-2010]. URL: http://www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/260322003.html

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst