Vitamine D-suppletie vermindert kankerincidentie, een gerandomiseerd onderzoek

Achtergrond.  Vele observationele en ook prospectieve onderzoeken hebben aannemelijk gemaakt dat er een direct verband is tussen blootstelling aan zonlicht en een lagere incidentie van vele soorten kanker. Zowel in Europa als in de VS bestaat er een noord-zuidgradiënt: hoe meer zonlicht, hoe groter het preventieve effect. Dat wordt toegeschreven aan ultraviolet B-straling bij de aanmaak van vitamine D. In landen zonder vitamine D-verrijking van voeding is vorming in de huid aansprakelijk voor 80-90% van de totale aanmaak. De serumconcentratie van 25-hydroxyvitamine D3 of 25(OH)D* is een stabiele indicator van de vitamine D-status, waarvan de relatie met het kankerrisico nauwkeurig kan worden bestudeerd. Al eerder was de associatie van hoge calciumopname en lagere incidentie van colorectale tumoren opgemerkt, mogelijk door intraluminale werking.
In een gerandomiseerd en placebogecontroleerd onderzoek werd het effect van suppletie van vitamine D met extra calcium onderzocht, waarbij fractuurincidentie de primaire en kankerrisico (exclusief huidtumoren) de belangrijkste secundaire uitkomst vormde.¹
Methode. In een landelijke streek in Nebraska, VS (breedtegraad van Barcelona) werd een onderzoeksgroep gerekruteerd (n=1.179) van thuiswonende vrouwen >55 jaar die voldoende gezond waren om aan een vier jaar durend onderzoek deel te nemen. Zij werden gerandomiseerd naar drie groepen, die respectievelijk dagelijks 1400-1500 mg calcium (Ca-alleen), 1100 IU vitamine D3 en calcium (D+Ca), of placebo kregen gedurende vier jaren.
Resultaat. Deze groep oudere blanke vrouwen (gem. 66,7 jr.) was niet vitamine D-deficiënt (uitgangswaarde van 25(OH)D gem. 71,8 nmol/L). Er was grote therapietrouw en weinig uitval (13,2%). In de D+Ca-groep was de totale kankerincidentie 2,9%, significant lager dan de 6,9% in de placebogroep. Het relatieve kankerrisico (RR), berekend met logistische regressie, was in de D+Ca-groep significant met 0,402, terwijl deze in de Ca-alleen-groep niet significant was. Wanneer men uitging van de veronderstelling dat kanker in het eerste jaar al aanwezig was en de analyse beperkte tot kanker die na het eerste jaar manifest was geworden, was in de D+Ca-groep het RR 0,232 (95%BI=0,09-0,60), een sterke vermindering van het relatieve risico met 77%, terwijl het in de Ca-alleen-groep niet verder daalde. De basale en de door suppletie verhoogde 25(OH)D-concentratie waren beide onafhankelijke determinanten van het individuele kankerrisico met een berekende vermindering van het RR met 35% per verhoging van de 25(OH)D-concentratie met 25 nmol/L. Er werden geen ernstige bijwerkingen gezien, vijf vrouwen kregen nierstenen zonder significant verschil tussen de groepen.
Conclusie onderzoekers. Vitamine D- en calciumsuppletie geeft een aanzienlijke vermindering van het totale kankerrisico van oudere vrouwen.


Dit is het eerste gerandomiseerde onderzoek waarin jarenlang suppletie van vitamine D werd gegeven om bij niet-vitamine D-deficiënte vrouwen de serumconcentratie van 25(OH)D van ruim 70 nmol/L te doen stijgen naar 96 nmol/L. Daarbij werd een sterke vermindering van het risico van kanker van talrijke organen gevonden, het duidelijkst na het eerste jaar. Over het geringere effect in de groep die alleen calcium kreeg bestaat onzekerheid. De enige zwakte van dit onderzoek is het feit dat kanker geen primaire maar een secundaire uitkomstmaat was. Moeilijk valt in te zien hoe hierdoor vertekening in de uitkomsten zou kunnen ontstaan.
Omdat ook in vitro is aangetoond dat vitamine D in vele normale en maligne weefsels de celproliferatie- en differentiatie, de apoptose, de tumorinvasie en de angiogenese kan reguleren, is vitamine D in een dosering van ruim 1000 E (25 µg) een duidelijke kandidaat voor kankerpreventie.
Hoewel vitamine D haast niets kost, worden deze preparaten de laatste jaren niet meer vergoed door de ziektekostenverzekeraars en zijn de meest gebruikte tabletten van 400 IE (10 µg) uit de handel genomen. Daardoor wordt vitamine D-suppletie bemoeilijkt in ons land. Bepaalde combinatiepreparaten van calcium en vitamine D worden overigens wel vergoed, maar die zijn geregistreerd voor osteoporose. In Nederland is toevoeging van vitamine D aan voedingsmiddelen, zoals melk, niet toegestaan. Margarine, halvarine en bak- en braadproducten worden wettelijk verplicht verrijkt met vitamine D. Aan de overige voedingsproducten wordt facultatief vitamine D toegevoegd ter compensatie van verliezen die zijn ontstaan tijdens het bereidingsproces. De normale dagelijkse behoefte voor volwassenen is 5 µg vitamine D. De Gezondheidsraad adviseert voor volwassenen 61 t/m 70 jaar 7,5 µg en voor personen vanaf 71 jaar 12,5 µg.3 Voor mensen die weinig buiten komen of een donkere huidskleur hebben is de behoefte wat hoger: personen 51 t/m 70 jaar 10 µg en voor personen vanaf 71 jaar 15 µg.

* Bij serumconcentraties <50 nmol>72 nmol/L worden als normaal beschouwd en bij concentraties>374 nmol/L is er intoxicatie.²



  1. Lappe JM, et al. Vitamin D and calcium supplementation reduces cancer risk: results of a randomized trial. Am J Clin Nutr 2007; 85: 1586-1591.
  2. Holick MF. Vitamin D Deficiency. N Engl J Med 2007; 357: 266-281.
  3. Gezondheidsraad. Voedingsnormen calcium, vitamine D, thiamine, riboflavine, niacine, panthoteenzuur en biotine. Den Haag: Gezondheidsraad 2000, publicatie nr 2000/12. 

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst