Stoppen met roken: zonder begeleiding geen succes

Achtergrond. Bij het stoppen met roken wordt gebruikt gemaakt van nicotinevervangende middelen en bupropion. De winst bij gemotiveerde èn ondersteunde zwaarverslaafde rokers is echter niet zo groot. Het succespercentage bij gebruik van bupropion na 1 jaar is 12% en bij gecombineerd gebruik met nicotinepleisters 17% hoger dan het succespercentage van 6% in de placebogroep (Gebu 2000; 34: 23-24). De effectiviteit van farmacologische hulpmiddelen buiten het strikte kader van het gecontroleerde onderzoek is minder duidelijk. Wat is de werkelijke waarde van deze hulpmiddelen?

Methode. 
Een bevolkingsonderzoek naar rookgewoonten is uitgevoerd in Californië in 1992, 1996 en 1999.1 Dit onderzoek geeft inzicht in de ontwikkeling op lange termijn van het stoppen met roken en het gebruik van farmacologische middelen daarbij. Interessant is dat nicotinevervangende middelen daar pas sinds 1997 vrij verkrijgbaar zijn.

Resultaat. 
Pogingen om met roken te stoppen die in een voorafgaand jaar minstens één dag moesten hebben geduurd, namen tussen 1992 en 1999 toe van 38% tot 61% van de deelnemende rokers. Deze stoppogingen werden in toenemende mate (van 9% tot 14% van de deelnemers) ondersteund met nicotinesubstitutie. In 1999 gebruikte ruim 17% van de stoppers nicotinesubstitutie, bupropion of beide. Farmacologische middelen werden in 1996 en 1999 gemiddeld slechts 4 weken gebruikt in plaats van de geadviseerde 9 tot 12 weken, en werden bij 20% van de gebruikers gecombineerd met gedragstherapie. Wanneer de nicotinevervangende middelen niet werden vergoed, was de duur van het gebruik significant korter. Het gebruik van nicotinevervangende middelen door zwaardere rokers (>15 sigaretten) verhoogde het succes van de stoppoging op korte termijn met ongeveer 10%. Meer succes op langere termijn (tot 200 dagen) werd alleen waargenomen tot 1996, ongeveer het tijdstip waarop de nicotinepreparaten vrij verkrijgbaar kwamen. In 1999 werd dan ook voor lichte rokers (<15 sigaretten) geen voordeel van nicotinevervanging meer gezien op korte of lange termijn.

Conclusie onderzoekers. 
Sinds nicotinevervangende middelen zonder recept verkrijgbaar zijn, blijken zij niet langer effectief te zijn bij het stoppen met roken op lange termijn. De onderzoekers schrijven dit toe aan het ontbreken van de noodzakelijke adviserende ondersteuning door arts of apotheker. De resultaten behaald in gecontroleerde onderzoeken zijn kennelijk niet overdraagbaar naar de dagelijkse praktijk. Farmacologische middelen bij rookverslaving zijn slechts hulpmiddelen, die weinig werkzaam zijn zonder andere vormen van gedragsondersteuning.

Plaatsbepaling

Professionele begeleiding van mensen die met roken stoppen is noodzakelijk voor betere resultaten. In Nederland verloopt dat in 8% van de gevallen via de 'minimale interventiestrategie' (MIS) van de huisarts. Daarnaast kan de rookverslaafde (30% van de Nederlanders) via Defacto (voorheen Stivoro) een overzicht krijgen van andere stopmethoden (www.stopeffectief.nl).
Het hierboven beschreven onderzoek geeft argumenten om nicotinevervangende geneesmiddelen voor vergoeding krachtens de ziekenfondswet in aanmerking te laten komen, mits gebruikt binnen een samenhangende aanpak van de rookverslaving.
Of wij de resultaten van dit onderzoek dat in Californië is gehouden, zomaar naar onze situatie mogen extrapoleren, blijft de vraag. Een goed en onafhankelijk onderzoek in eigen land zou aanbevelenswaardig zijn. 



1. Pierce JP, et al. Impact of over-the-counter sales on effectiveness of pharmaceutical aids for smoking cessation. JAMA 2002; 288: 1260-1264. 

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst