Primaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen met statinen

Achtergrond. De betekenis van statinen bij de secundaire preventie van hart- en vaatziekten (HVZ) is in meerdere onderzoeken vastgesteld, maar die betekenis is bij de primaire preventie veel minder duidelijk. De resultaten van gerandomiseerd onderzoek met statinen op primaire preventie zijn tegenstrijdig en vormden aanleiding tot het verrichten van een meta-analyse.

Methode. In de meta-analyse werden onderzoeken uit de periode 1966-2005 ingesloten als ze onder meer een vervolgduur =1 jaar hadden, er zich meer dan 100 cardiovasculaire incidenten voordeden en ten minste 80% van de ingesloten patiënten in de onderzoeken geen HVZ had. De belangrijkste uitkomstmaten waren belangrijke coronaire en cerebrovasculaire aandoeningen. Onder belangrijke coronaire incidenten werden verstaan niet-fataal myocardinfarct en overlijden ten gevolge van coronaire hartziekten. Onder belangrijke cerebrovasculaire incidenten werden verstaan fatale en niet-fatale CVA's. 

Resultaat.
Er werden zeven onderzoeken (waarvan zes dubbelblind) geselecteerd met in totaal 42.848 patiënten. 90% van deze patiënten leden niet aan HVZ en de gemiddelde vervolgduur bedroeg 4,3 jaar. De LDL-cholesterolconcentratie lag gemiddeld rond de 3,9 mmol/l. Behandeling met statinen verminderde het relatieve risico van belangrijke coronaire incidenten met 29,2% (95%BI=16,7-39,8), hetgeen overeenkomt met een absolute risicoreductie (ARR) van 1,7% ('Number Needed to Treat' NNT=60, gedurende 4,3 jaar). Het relatieve risico van belangrijke cerebrovasculaire incidenten werd verminderd met 14,4% (2,8-24,6), overeenkomend met een ARR 0,37 en een NNT 268. Het relatieve risico van revascularisatie-ingrepen werd verminderd met 33,8% (19,6-45,5), overeenkomend met een ARR 93 en een NNT 61. In een metaregressie-analyse werd geen associatie gevonden tussen de hoogte van de LDL-cholesterolconcentratie en de uitkomsten.
Het overlijden door coronaire hartziekten werd niet-significant verminderd. Ook werd het risico van overlijden ongeacht de oorzaak niet-significant verminderd. Voorts was er geen sprake van een toename van kwaadaardige aandoeningen of van de serumconcentraties van leverenzymen of creatinekinase.

Conclusie onderzoekers.
Bij patiënten zonder cardiovasculaire aandoeningen, maar met een matig tot matig-hoog risico daarop, geeft het gebruik van statinen een vermindering van de incidentie van belangrijke coronaire- en cerebrovasculaire incidenten en revascularisaties, maar niet van overlijden door coronaire hartziekten of mortaliteit (ongeacht de oorzaak).

Plaatsbepaling

Deze meta-analyse toont dat gebruik van statinen door patiënten met een matig tot matig-hoog risico van cardiovasculaire aandoeningen het risico van cardiovasculaire aandoeningen in geringe mate vermindert. De gevonden risicoreductie ging echter niet gepaard met een vermindering van de totale mortaliteit, een bevinding die meermalen in afzonderlijke onderzoeken is vastgesteld. De auteurs schrijven het ontbreken van een dergelijk effect toe aan de beperkte vervolgduur van de onderzoeken en aan het lage mortaliteitsrisico van de patiënten (incidentie 6,6% in 4,3 jaar). Voorts geven zij aan dat de kosteneffectiviteit van primaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen met statinen nader moet worden onderzocht.In de recent verschenen NHG-Standaard 'Cardiovasculair risicomanagement' (Gebu 2006; 40: 142-143) wordt primaire preventie met een statine geadviseerd aan patiënten met diabetes mellitus en/of hypertensie of met een 10-jaarsrisico van HVZ =10%. De resultaten van deze meta-analyse geven geen aanleiding dit beleid te wijzigen.



1. Thavendiranathan P, et al. Primary prevention of cardiovascular diseases with statin therapy. Arch Intern Med 2006; 166: 2307-2313.

Auteurs

  • dr D. Bijl