Hormoonsubstitutie verhoogt het risico van dementie

Vrouwen ouder dan 65 jaar, die langdurig een combinatie van oestrogeen en progestageen gebruiken, hebben een significant groter risico van dementie, dan vrouwen die deze hormonen niet gebruiken. Deze verrassende conclusie trekken onderzoekers van het in de VS uitgevoerde onderzoek Women’s Health Initiative Memory Study (WHIMS). Dit onderzoek vormt een onderdeel van het vorig jaar, wegens de negatieve balans tussen voor- en nadelen, voortijdig gestopte WHI-onderzoek over het gebruik van postmenopauzale substitutietherapie (Gebu 2002; 36: 117-118).
Aan de oestrogeen/progestageenarm van het WHIMS namen 4.532 vrouwen deel, die aan het begin van het onderzoek minimaal 65 jaar waren. Na een gemiddelde onderzoeksduur van vier jaar hebben 61 vrouwen dementie ontwikkeld: 40 vrouwen (1,8%) van de 2.229 vrouwen in de groep die dagelijks 0,625 mg geconjugeerd oestrogeen en 2,5 mg medroxyprogesteron innam, tegenover 21 (0,9%) van de 2.303 vrouwen die placebo gebruikten. Daarmee verdubbelt de hormooninname het relatieve risico van dementie ([95%BI=1,21-3,48], number needed to harm (NNH) 111).
Bij de helft van de personen met dementie werd een Alzheimer-type gediagnosticeerd (gemeten met een gemodificeerde Mini-Mental State Examination-schaal, MMSE). Het verschil tussen de behandelde en de placebogroep is al na één jaar zichtbaar en dit verschil neemt in de loop van het onderzoek alleen maar toe. Als mogelijk pathologisch mechanisme opperen de onderzoekers een verband tussen de toename van dementie van vasculaire oorsprong en het ontstaan van micro-infarcten.1
Opnieuw spreekt het resultaat van een groot, langdurig, gerandomiseerd onderzoek op het gebied van hormonale substitutietherapie de uitkomsten van vorige observationele onderzoeken tegen. Deze onderzoeken gaven eerder aan dat oestrogenen dementie zouden kunnen voorkomen.
Het verhoogde dementierisico moet worden opgeteld bij het verhoogde risico van hartinfarct, beroerte, trombose en borstkanker, dat wordt veroorzaakt door langdurige inname van hormonen na de postmenopauze en benadrukt nog eens de negatieve balans tussen voor- en nadelen van deze therapie.
Uitsluitend voor de vermindering van hinderlijke overgangsklachten, zoals opvliegers en warmtestuwingen, is het gebruik van hormonen nog gerechtvaardigd, zo kort mogelijk in de laagst mogelijke dosering en na goede informatie aan de patiënt over de mogelijke risico’s.

Vertaald en bewerkt uit Arzneimitteltelegramm juni 2003

Naschrift redactiecommissie

In Nederland is het aantal vrouwen ouder dan 65 jaar dat hormonale substitutietherapie gebruikt kleiner dan in de VS. Bovendien gebruikt slechts de helft hiervan een product met geconjugeerde oestrogenen.
De gepubliceerde gegevens betreffen de onderzoeksarm die zowel geconjugeerde oestrogenen als progestagenen gebruikte. De groep vrouwen, die alleen oestrogenen gebruikte, is nog niet geanalyseerd. 



1. Shumaker SA, et al. Estrogen plus progestin and the incidence of dementia and mild cognitive impairment in postmenopausal women: The Women's Health Initiative Memory Study: a randomized controlled trial. JAMA 2003; 289: 2651-2662.