Gastro-intestinale complicaties bij COX-2-selectieve NSAID's

Bij de behandeling van aandoeningen, die gepaard gaan met pijn of ontsteking, wordt veelvuldig gebruik gemaakt van 'non-steroidal anti-inflammatory drugs' (NSAID's). Een bekende bijwerking van NSAID's is het optreden van gastro-intestinale complicaties.1
Rofecoxib (Vioxx®) en celecoxib (Celebrex®) zijn vertegenwoordigers van een groep nieuwe geneesmiddelen, de COX-2-selectieve NSAID's. Zij zijn geregistreerd voor de behandeling van uitsluitend artrose en reumatoïde artritis bij volwassenen. In dit tijdschrift werd onlangs aandacht besteed aan deze middelen (Gebu 2001; 35: 25-31).
De resultaten van twee grote onderzoeken hebben aannemelijk gemaakt dat rofecoxib en celecoxib minder ernstige gastro-intestinale complicaties veroorzaken dan naproxen, resp. diclofenac en ibuprofen. Met name het optreden van symptomatische ulcera en complicaties van ulcera, zoals bloeding, perforatie en obstructie, zijn van belang. In het VIGOR-onderzoek, waarin het effect van rofecoxib werd vergeleken met naproxen, trad dit significant minder vaak op in de rofecoxibgroep (2,1%) dan in de naproxengroep (4,5%).2 In het CLASS-onderzoek werd celecoxib vergeleken met ibuprofen en diclofenac. Dit onderzoek toonde vergelijkbare resultaten: 2,1% in de celecoxibgroep versus 3,5% in de NSAID-groep. Naar aanleiding van deze onderzoeken werd in een recent overzichtsartikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde geadviseerd om bij een patiënt met een hoge leeftijd en/of met een ulcus in de voorgeschiedenis, te kiezen voor een selectieve COX-2-remmer.4
Onlangs werden bij de Stichting Lareb drie meldingen gedaan van het optreden van ernstige gastro-intestinale complicaties tijdens een behandeling met rofecoxib. Twee patiënten ontwikkelden een maagperforatie tijdens de behandeling. Het betrof een 47-jarige patiënt, die sedert zes maanden rofecoxib gebruikte in verband met chronische gewrichtsklachten. De tweede patiënt was een 97-jarige vrouw die drie weken na het begin van de behandeling met rofecoxib een maagperforatie kreeg. De derde melding betrof een levensbedreigende hoge tractus digestivusbloeding bij een 80-jarige vrouw die in verband met gewrichtspijn sinds vier weken rofecoxib gebruikte. De twee laatstgenoemde patiënten gebruikten tevens chronisch acetylsalicylzuur in een dosering van 38 resp. 100 mg/dag.
De productinformatie (IB-tekst) van rofecoxib vermeldt dat tijdens behandeling met rofecoxib weliswaar vaak gastro-intestinale bijwerkingen, zoals dyspepsie, zuurbranden en pijn in het epigastrium voorkomen, maar dat ernstige complicaties, zoals ulcus pepticum, gastro-intestinale perforatie en bloedingen, zelden voorkomen.
Het effect van het gelijktijdige gebruik van acetylsalicylzuur op de gastro-intestinale bijwerkingen van rofecoxib is vooralsnog onduidelijk. Wel werd voor celecoxib aangetoond dat gelijktijdig gebruik met acetylsalicylzuur het gunstigere gastro-intestinale bijwerkingenprofiel teniet doet (Gebu 2001; 35: 44-45).3
Bij gebruik van COX-2-selectieve NSAID's door patiënten met artrose of reumatoïde artritis treden minder vaak ernstige gastro-intestinale bijwerkingen op dan bij gebruik van niet-selectieve middelen. Ernstige gastro-intestinale bijwerkingen blijven echter voorkomen, waarbij gecombineerd gebruik met acetylsalicylzuur een rol kan spelen.



1. Wolfe MM, et al. Gastrointestinal toxicity of nonsteroidal antiinflammatory drugs. N Engl J Med 1999; 340: 1888-1899.
2. Bombardier C, et al. Comparison of upper gastrointestinal toxicity of rofecoxib and naproxen in patients with rheumatoid arthritis. VIGOR Study Group. N Engl J Med 2000; 343: 1520-1528.
3. Silverstein FE, et al. Gastrointestinal toxicity with celecoxib vs nonsteroidal anti-inflammatory drugs for osteoarthritis and rheumatoid arthritis: the CLASS study: a randomized controlled trial. Celecoxib Long-term Arthritis Safety Study. JAMA 2000; 284: 1247-1255.
4. Lems WF, et al. Veiligheid van specifieke cyclo-oxygenase-2-remmers. Ned Tijdschr Geneeskd 2001; 145: 1044-1047.  

U wordt verzocht bijwerkingen te melden aan het Nederlands Bijwerkingen Centrum Lareb. Meldingsformulieren kunt u vinden in het Farmacotherapeutisch Kompas, op www.lareb.nl en als bijlage bij het Geneesmiddelenbulletin.

Auteurs

  • Lareb