Chondroïtine bij pijn door artrose

Achtergrond. Oraal chondroïtine, meestal als voedingssupplement gecombineerd met glucosamine, wordt algemeen gebruikt bij de behandeling van artrose van mens en (huis)dier.
Oudere meta-analysen laten een gunstige werking van chondroïtine zien bij pijn door gonartrose (Gebu 2005; 39: 61-66), terwijl die ontbreekt in het recentere grootschalige GAIT-onderzoek (Gebu 2006; 40: 107-108). Onderzoekers zonder binding met een producent en afkomstig uit drie West-Europese landen verrichtten opnieuw een systematisch literatuuronderzoek en meta-analyse om het effect van chondroïtine op pijn door artrose te bepalen. Tevens wilden zij nagaan welke factoren de zo uiteenlopende uitkomsten zouden kunnen verklaren.1 2

Methode. Zij deden zoekacties in vier grote elektronische literatuurbestanden naar gerandomiseerd onderzoek op globale pijnscores, waarin chondroïtine werd vergeleken met placebo of geen behandeling bij patiënten met artrose van knie of heup en beoordeelden grondig de kwaliteit van de onderzoeken.

Resultaat. Aan de zoekcriteria voldeden 20 onderzoeken, verricht tussen 1987 en 2006 met 3.846 patiënten met voornamelijk licht tot matig ernstige gonartrose (gem. 61 jaar oud, 62% vrouw en 5 jaar klachten). De gebruikte dosering chondroïtine was meestal 800-1200 mg en werd ongeveer een half jaar gegeven. Deze onderzoeken bleken zeer heterogeen te zijn zowel in methodiek en kwaliteit als in uitkomst. Vooral bij oudere en kleinere onderzoeken was sprake van onduidelijke blindering van patiënten en volgorde van randomisatie en waren de uitkomsten niet geanalyseerd volgens het 'intention to treat'-principe. Juist in deze onderzoeken was chondroïtine effectiever bij pijnvermindering dan placebo, wat behalve in de pijnschalen ook tot uiting kwam in lager gebruik van analgetica. Als de meta-analyse echter werd beperkt tot de drie grootste onderzoeken die wel een 'intention to treat'-analyse (n=1553) hadden verricht, dan was de effectgrootte bijna nul (-0,03 [95%BI=-0,13-0,07]). Onderzoek naar bijwerkingen was gedaan in 12 onderzoeken en daarbij werd geen significant verschil gevonden ten opzichte van placebo of vergelijkende behandeling. Door subgroepanalyse gebaseerd op een vooraf opgesteld plan kon aannemelijk worden gemaakt dat de heterogeniteit van de uitkomsten van de verschillende onderzoeken vooral werd bepaald door de omvang van het onderzoek, aan- of afwezigheid van intention to treat-analyse en duidelijke blinderingsprocedure en niet zozeer door dosering of duur van de behandeling, preparaattype en ernst of duur van de ziekte.

Conclusie onderzoekers. Grote onderzoeken van goede kwaliteit maken duidelijk dat chondroïtine niet of nauwelijks werkzaam is ter vermindering van pijn door artrose. Het gebruik ervan moet daarom worden ontmoedigd.

Plaatsbepaling

De beste op dit ogenblik beschikbare bewijsvoering geeft aan dat chondroïtine geen pijnverminderende werkzaamheid bij artrose heeft. Meestal wordt dit middel verkocht in combinatie met glucosamine, maar ook van de combinatie is in het GAIT-onderzoek aangetoond dat die niet werkzamer is dan placebo. Omdat het effect van een placebo bij deze chronische ziekte toch de moeite waard is en het chondroïtinegebruik niet gevaarlijk is, lijkt er geen bezwaar tegen voortgezet gebruik door patiënten die er baat bij ondervinden. Zeker voor artrose geldt: 'best medical care is doing as much nothing as possible'.

 


 


1. Reichenbach S, et al. Meta-analysis: Chondroitin for osteoarthritis of the knee or hip. Ann Int Med 2007; 146: 580-590.
2. Felson DT. Chondroitin for pain in osteoarthritis [Editorial]. Ann Intern Med 2007; 146: 611-612.  

 

Auteurs

  • dr A.J.F.A. Kerst