Behandeling van hoofdluis


onder medeverantwoordelijkheid van de redactiecommissie

Hoofdluis is een oud probleem dat niet blijvend kan worden opgelost, maar onschuldig is. Overbezorgdheid en ten onrechte gestelde diagnosen lijken soms meer last te geven dan de luis zelf. Het klinische geneesmiddelenonderzoek bij de behandeling van hoofdluis toont grote methodologische tekortkomingen. Behandeling geeft in het algemeen weinig bijwerkingen, maar overdosering of onjuist gebruik kan weliswaar zeldzame, maar ernstige bijwerkingen geven (Gebu 2002; 36: 97-102).

 


Frequent wordt in de lekenpers melding gemaakt van een toename in het vóórkomen van hoofdluis, evenals een toenemende therapieresistentie. Ofschoon hoofdluis wereldwijd endemisch voorkomt en personen van alle leeftijden en sociaal-economische klassen treft, komt het vaker voor bij (schoolgaande) kinderen tussen vijf en elf jaar. Meisjes worden vaker getroffen en negroïde personen zelden. Als prevalentie wordt aangegeven 1-3% in de algemene populatie van geïndustrialiseerde landen tot 25% op basisscholen.1 De meest recente Nederlandse cijfers uit 1997-1998 onder 2.008 schoolkinderen geven aan dat 0,8% van de kinderen levende luizen (neten en/of lopende luizen) hadden en 2,4% lege neten. Van de ouders rapporteerden 18,2% dat hun kinderen in het voorafgaande jaar hoofdluis hadden gehad. Ook gaf 31-69% van de ouders in hetzelfde onderzoek via vragenlijsten aan dat de door hen gebruikte antihoofdluismiddelen faalden.2
Maatregelen die in de VS worden toegepast,  zoals het verbieden van de toegang tot school van kinderen met hoofdluis of neten, lijken in Nederland nog niet aan de orde. Voor hoofdluis geldt net zoals voor andere infectieziekten dat vroegtijdige opsporing essentieel is om epidemieën te voorkomen, en daarmee ook de vorming van resistentie. In dat kader besteden lokale afdelingen van de GGD'en veel aandacht aan voorlichting en hebben de meeste basisscholen weer zogenoemde 'luizenmoeders' aangesteld, die wekelijks de kinderen controleren op hoofdluis.
In Nederland bestaat een aantal richtlijnen over de behandeling van hoofdluis en wel die van de Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektenbestrijding (LCI),4 het Wetenschappelijk Instituut van de Nederlandse Apothekers (WINAp),5 alsmede patiëntenfolders van het NHG6 en van de KNMP7. Ook de SOA-richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Dermatologie en Venereologie uit 1997, besteden aandacht aan de behandeling van hoofdluis.8
In dit artikel komen achtereenvolgens aan de orde: klinisch beeld, levenscyclus en transmissie van de luis, farmacologie, effectiviteit en resistentie, gebruik, bijwerkingen en interacties tijdens zwangerschap en borstvoeding. Ten slotte volgt een plaatsbepaling.

 






1. Head lice infestation. Atlanta: Centers for Disease Control and Prevention, 2001.
2. Metsaars MAJ, Takken W, Meer G de. Hoofdluisinfecties en het falen van anti-hoofdluismiddelen in Nederland. TSG 2000; 78: 401-405. 
3. Roberts RJ. Clinical practice. Head lice. N Engl J Med 2002; 346: 1645-1650. 
4. RichtlijnInfectieziekten. Pediculus humanus capitis. Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziektenbestrijding (LCI), september 2001. www.infectieziekten.info. 
5. Standaarden voor zelfzorg. Den Haag: Wetenschappelijk Instituut Nederlandse Apothekers (WINAp), 2002. 
6. Patiëntenfolder hoofdluis/schaamluis. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), 2001 (zie nhg.artsennet.nl). 
7. Zelfzorg Cliëntenfolders. Hoofdluis. Zie website van de apothekers in Nederland: www.apotheek.nl 
8. Voorst Vader PC van, Burger CW, Meijden WI van der, Bleker OP, Cairo I, Merkus JMWM, et al. (red.). SOA Diagnostiek en Therapie Richtlijnen. Deventer: Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie, 1997. 
9. Maunder JW. An appreciation of lice. Proc R Inst 1983; 55: 1-31. 
10. Mumcuoglu KY, Klaus S, Kafka D, Teiler M, Miller J. Clinical observations related to head lice infestation. J Am Acad Dermatol 1991; 25: 248-251. 
11. Leusden HAIM van (red.). Diagnostisch Kompas 1999/2000. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 1999. 
12. Steenbergen J van. Resistentie-vrije therapie tegen hoofdluis. Infectieziektenbulletin 1997; 8: 55-56. 
13. Stichele RH Vander, Dezeure EM, Bogaert MG. Systematic review of clinical efficacy of topical treatments for head lice. BMJ 1995; 311: 604-608. 
14. Stallbaumer M, Ibarra J. Clinical efficacy of treatment for head lice. Counting head lice by visual inspection flaws trials' results. BMJ 1995; 311: 1369. 
15. Burgess I. Clinical efficacy of treatment for head lice. Authors differ on assessment of flaws in trials. BMJ 1995; 311: 1369. 
16. Stichele RH Vander, Bogaert MG. Clinical efficacy of treatment for head lice. Authors' reply. BMJ 1995; 311: 1369-1370. 
17. Garfinkel L. Treatment of head lice (letter). N Engl J Med 1997; 336: 735. 
18. Roberts RJ, Casey D, Morgan DA, Petrovic M. Comparison of wet combing with malathion for treatment of head lice in the UK: a pragmatic randomised controlled trial. Lancet 2000; 356: 540-544. 
19. Dodd CS. Interventions for treating headlice. Oxford: The Cochrane Library Update Software, 2002: issue 2. 
20. Chosidow O. Scabies and pediculosis. Lancet 2000; 355: 819-826. 
21. Youssef MY, Sadaka HA, Eissa MM, el-Ariny AF. Topical application of ivermectin for human ectoparasites. Am J Trop Med Hyg 1995; 53: 652-653. 
22. Glaziou P, Nyguyen LN, Moulia-Pelat JP, Cartel JL, Martin PM. Efficacy of ivermectin for the treatment of head lice (Pediculosis capitis). Trop Med Parasitol 1994; 45: 253-254. 
23. Hipolito RB, Mallorca FG, Zuniga-Macaraig ZO, Apolinario PC, Wheeler-Sherman J. Head lice infestation: single drug versus combination therapy with one percent permethrin and trimethoprim/sulfamethoxazole. Pediatrics 2001; 107: e30 (electronic version). 
24. Maunder JW. Resistance to organochlorine insecticides in head lice, and trials using alternative compounds. Medical Officer 1971; 125: 27-29. 
25. Blommers L, Lennep M van, Kaay HJ van der. Gammexaan en malathion bij de behandeling van pediculosis capitis. Ned Tijdschr Geneeskd 1978; 122: 664-668. 
26. Blommers L, Lennep M van. Resistentie van de hoofdluis voor gammexaan (lindaan) betreft ook de niet-alcoholische preparaten. Ned Tijdschr Geneeskd 1979; 123: 490-492. 
27. Boer R de, Geest LPS van der. De werkzaamheid van malathion tegen hoofdluis. Ned Tijdschr Geneeskd 1985; 129: 793-796. 
28. Loenen AC van (red.). Farmacotherapeutisch Kompas 2002. Amstelveen: College voor Zorgverzekeringen, 2002. 
29. Albright RK, Kram BW, White RP. Malathion exposure associated with acute renal failure. JAMA 1983; 250: 2469. 
30. Dive A, Mahieu P, Binst R van, Hassoun A, Lison D, Bisschop H de, et al. Unusual manifestations after malathion poisoning. Hum Exp Toxicol 1994; 13: 271-274. 
31. Ramu A, Slonim AE, London M, Eyal F. Hyperglycemia in acute malathion poisoning. Isr J Med Sci 1973; 9: 631-634. 
32. Sweetman SC (ed.). Martindale. The complete drug reference. London: Pharmaceutical Press, 2002. 
33. Informatorium Medicamentorum. 's-Gravenhage: KNMP, 2002. 
34. Etherington JD. Major epileptic seizures and topical gammabenzene hexachloride. BMJ 1984; 289: 228. 
35. Kelly VT. Major epileptic seizures and topical gammabenzene hexachloride. BMJ 1984; 289: 837. 
36. Ram Rao CVS, Shreenivas R, Singh V. Disseminated intravascular coagulation in a case of fatal lindane poisoning. Vet Hum Toxicol 1988; 30: 132-134. 
37. Morgan DP, Stockdale EM, Roberts RJ, Walter AW, et al. Anemia associated with exposure to lindane. Arch Environ Health 1980; 35: 307-310. 
38. Fagan JE. Henoch-Schönlein purpura and gamma-benzene-hexachloride (Letter to Editor). Pediatrics 1981; 67: 310-311. 
39. Rauch AE, Kowalsky SF, Lesar TS, Sauerbier GA, Burkart PT, Scharfman WB. Lindane (Kwell)-induced aplastic anemia. Arch Intern Med 1990; 150: 2393-2395. 
40. Dukes MNG, Aronson JK (eds.). Meyler's side effects of drugs. Amsterdam: Elsevier, 2000.    

Auteurs

  • drs D. Bijl